Hoofdtekst
Ne dearne hadde ne kleinen ekreggene en daor was gin vader bi’j. Den kleinen is in eur oldershoes opejongd. Later is de dearne etrouwd, maor ton de kindere van eur al wear groot wazzen, vertellen dee, dat er ‘snachens altied in dat hoes, waor ze wonnen un klein nuchtern kind eschreeuwd hadde.
Beschrijving
Een meisje had een kind gekregen maar de vader was er niet meer. Het kind is in het ouderlijk huis opgegroeid. Later is het meisje getrouwd, maar toen haar kinderen groot waren, vertelden ze dat er ’s nachts in het huis altijd een klein kind geschreeuwd had.
Bron
Corpus Krosenbrink, verslag 8, verhaal 19 (archief Meertens Instituut)