Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_023_10

Een sage (mondeling), augustus 1977

_44c60701-ecb9-4dfb-bec1-6f8f662d38e4.jpeg

Hoofdtekst

Op een boerderij werkte een knecht die bemerkt had dat de boerin van tijd tot tijd midden in de nacht de boerderij verliet. Nieuwsgierig vroeg hij zich af wat daarvan eigenlijk de bedoeling kon zijn. Op zekere dag werd hem die nieuwsgierigheid zo te machtig dat-ie besloot zich die nacht te verbergen naast de slaapkamer van de boerin. Zo gezegd, zo gedaan en zo rond het middernachtelijk uur zag hij hoe de boerin haar slaapkamer verliet, een bezem pakte, die tussen haar beze…benen zette en zei: “Bovenuit en nergens aan.” En daar verhief zich de bezem in de lucht en vloog met de heks door het geopende raam naar buiten. De boerenknecht stond als met stomheid geslagen. Maar niet lang, want toen-ie even later wat tot zichzelf gekomen was, dacht hij: dat kan ik ook wel eens proberen. Hij zocht een bezem op en ging ermee voor het raam staan. Dan zette hij de steel van de bezem tussen zijn benen en riep: “Bovenuit en overal aan.” En ja hoor, de bezem verhief zich in de lucht. Maar in plaats van door het venster naar buiten te vliegen, cirkelden ze de kamer rond. Daarbij stootte de knecht zich overal tegenaan en bezeerde zijn hoofd, zijn knieën en ellebogen en liep zodoende heel wat schaafwonden op. Hij was dan ook blij dat hij tenslotte van de bezem viel. Hij moest de spreuk niet goed gezegd of verkeerd verstaan hebben.
De volgende avond verborg hij zich opnieuw naast de slaapkamer van de boerin. En ja hoor, rond het middernachtelijk uur kwam de boerin weer uit haar slaapkamer, ging voor het geopende raam op de bezemsteel zitten en riep: “Bovenuit en nergens aan.” En nu begreep de knecht ook wat hij de vorige nacht verkeerd gezegd had. In plaats van ‘nergens aan’ had hij gezegd ‘overal aan’. Nu zou-ie het beter doen. Weer pakte hij een bezem, ging ermee voor het geopende raam staan, stak de bezemsteel tussen zijn be…benen en zei de spreuk, maar nu foutloos. En dit maal had hij meer geluk, want de bezem verhief zich van de aarde en vloog geruisloos door het venster naar buiten.
Door de lucht ging het, met pijlsnelle vaart, tot zij kwamen aan de zogenaamde ‘Heksenberg’. Daar cirkelde de bezem naar beneden en zette de knecht op de grond. Daar zag de knecht een tafereel wat hij nog nooit gezien had. Daar stond een lange tafel rijkelijk bedekt met allerlei dranken en spijzen. Aan de tafel zaten, om en om, mannen en vrouwen. Aan het hoofd van de tafel zat een zwaar behaarde man van kop tot teen in het rood bekleed. Onder de aanwezige vrouwen ontdekt de knecht ook de boerin. De knecht, die van de nachtelijk rit behoorlijk honger had gekregen, zette zich ook aan tafel en tastte toe. Het smaakte hem best. Toen allen gegeten hadden stonden de mannen en vrouwen op en begonnen te dansen. De knecht, die erg hebberig was, nam zijn kans waar om ondertussen zijn zakken vol te laden met allerlei etenswaren. Daarna sloop hij weg en verborg zich achter een struik om het spel der mannen en vrouwen aan te zien. Toen het feest voorbij was namen allen afscheid van de man in het rood, gingen op hun bezemstelen zitten en vlogen door de lucht weg van de Heksenberg. Toen allen verdwenen waren en de Heksenberg weer stil en verlaten lag, kroop de knecht achter de struiken vandaan, nam de bezem, stak de steel tussen zijn benen en zei de spreuk. Maar de bezem deed geen enkele poging om de knecht te vervoeren. Natuurlijk was de spreuk om terug te keren anders dan de spreuk voor de heenrit, maar daar had de knecht geen moment aan gedacht. Dus bleef de bezem op de begane grond. Er zat voor de arme knecht dan ook niets anders op dan de weg naar de boerderij te voet te aanvaarden en pas laat in de morgen kwam de boerenknecht moe en hongerig bij de boerderij aan. Pas toen schoot het hem te binnen dat-ie in z’n zakken nog volop eten had zitten. Door de vele inspanningen was hij dat helemaal vergeten. Maar toen hij zijn hand in zijn zak stak bleek al het eten veranderd te zijn in padden die links en rechts uit z’n zak naar buiten sprongen. Nog diezelfden dag nam de knecht zijn ontslag. Hij had er schoon genoeg van om nog langer in dienst te zijn van een vrouw die niet alleen boerin, maar ook een heks was.

Onderwerp

SINSAG 0511 - Über Weg und Steg    SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   

SINSAG 0515 - Die Luftreise    SINSAG 0515 - Die Luftreise   

Beschrijving

Een boerenknecht ontdekt dat de boerin waarvoor hij werkt een heks is. Vaak verlaat zij ’s nachts de boerderij op een bezemsteel. Op een nacht neemt de knecht ook een bezem, spreekt de juiste spreuk uit en volgt de boerin naar een bijeenkomst waar mannen en vrouwen eten, drinken en dansen. Als de bijeenkomst afgelopen is en alle heksen zijn vertrokken, wil de knecht terugvliegen naar de boerderij, maar hij weet de spreuk voor de terugrit niet. Hij moet de lange weg terug lopen. Hij had nog eten in zijn zakken gestopt, maar dat blijkt veranderd in padden.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Locatie in Tekst

de Heksenberg    de Heksenberg