Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_023_06

Een sage (mondeling), augustus 1977

Hoofdtekst

Een roofridder, wonende aan de Maaskant, trok regelmatig me z’n trawanten over de wijde Peelvlakte om te moorden, te stelen en brand te stichten. Eens op ‘ne nacht trok-ie met z’n kornuiten over de Peelbaan en brandschatte de Brabantse boeren aan d’n overkant. Doch de boeren zagen de kans schoon um alarm te slaan door een turfmijt in brand te steken en te blazen op vlierhoutjes. De boerenbevolking uit de omgeving, hierdoor gewaarschuwd, snelde toe en de ridder zag zich genoodzaakt om me z’n mannen de vlucht te nemen. Immers, te groot wier de dreiging van de boeren die gewapend waren me schoppen, mestvorken en dorsvlegels. In wilde vlucht ging het over de Peelvlakte en telkens haalden de woedende boeren een gedeelte van de bende in, die dan het onderspit moesten delven onder het geweld van al die boerenwerktuigen. Op het laatst bleven alleen de ridder me zijn schildknaap over. Ze kwamen terecht in het Dolle Moer, da zich om hun lichamen ver…ver..vastzoog, waardoor ze beiden de verstikkingsdood stierven.
De plaats waar de roofridder in de diepte verzonk wier ‘de Schalm’ genoemd en tot voor enkele jaren heette deze plaats zo nog. Maar me z’ne dood eindigden niet de euveldaden van de ridder. Zijn geest bleef daar rondzweven en lokte de mensen van de weg af het Dolle Moer in. Hoe de mensen het Dolle Moer wieren ingelokt blijkt uit de volgende verklaring.
Ergens ver in het Moer riep een stem om hulp. Ging men nou op die stem af om hulp te bieden, dan ontdekte men dat het de stem was van de dolende roofridder. Betoonde men dan toch medelijden dan werd deze goedheid met de dood bekocht, want ge werd zonder pardon door de doolridder in het Moer getrokken.
Men heeft eens voorspeld dat er een tijd zou komen da het lijk van de dolende ridder gevonden zou worden me z’ne gouden sabel en z’n schatten. Dan zal de weg Meijl op Seven, dus de weg van Meijel naar Sevenum, twee plaatjes in….twee plaatsjes in de Peel weer veilig zijn en het Dolle Moer zal uitdrogen. En deze voorspelling is werkelijkheid geworden. De dolende ridder werd in het jaar 1910 door een turfgraver gevonden in de Deurnse Peel. De vindplaats was in het diepven dicht bij de ouwe weg van Meijel naar Sevenum. Het bleek ‘ne Romeins veldheer uit de 4e eeuw te zijn die blijkbaar op de jacht verdwaald was. En z’n schatten bestonden uit een verguld zilveren helm, een schoen meej ‘ne brons verzilverden spoor, ‘ne zware mantelhaak, alsmede een veertig munten, meest van brons, met daarop de kop van keizer Constantijn. En ze zijn nou nog te zien in het museum in Leiden. Van de helm hebben ze daor ’n afgietsel gemaakt.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Op de vlucht voor boeren komen roofridder en zijn schildknaap terecht in het Dolle Moer en sterven de verstikkingsdood. De ronddolende geest van de ridder lokt mensen het Dolle Moer in.
Volgens de voorspelling wordt het lijk van de ridder gevonden, in de vorm van
o.m. een vergulde zilveren helm.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

Constantijn    Constantijn   

Maaskant    Maaskant   

Peelvlakte    Peelvlakte   

Peelbaan    Peelbaan   

Dolle Moer    Dolle Moer   

Brabantse    Brabantse   

Schalm    Schalm   

Meijl op Seven    Meijl op Seven   

Deurnse Peel    Deurnse Peel   

Naam Locatie in Tekst

Meijel    Meijel   

Sevenum    Sevenum   

Leiden    Leiden