Hoofdtekst
De wichelroede is een soort toverstaf, bijvoorbeeld een boomtakje. Meestal het takje van een hazelaar waarmee men begraven schatten, bronnen, in één woord verborgen zaken meent te kunnen ontdekken. Dat takje moest gesneden zijn in de nacht van Sint Jan, 24 juli. De roede werd voor de borst gedragen, zodat de vork naar boven wees die zich dan in de richting waarin de schatten verborgen waren zou bewegen.
Op zekere winteravond, ongeveer middernacht, komt een oudachtig manneke uit het naburige Eersel aan vaders deur kloppen en vraagt om binnengelaten te worden. Hij had een zeer gewichtige mededeling. Na enige aarzeling en nadat de vreemdeling z’n identiteit had bekendgemaakt voldeed vader schoorvoetend en huiverig aan dit verzoek. Bij ‘t schemerlicht van een kome…koperen olielampke verklaarde de bezoeker dat hij het geheim kende om schatten in de grond te ontdekken. Vader keek hem met grote ogen aan en wantrouwde z’n gast die hij binnengehaald had. De vreemdeling haalde daarop uit de binnenzak van z’n jas een instrument, de zogenaamde wichelroede, en beschreef de werking daarvan.
Nu lagen nabij de zogenaamde Eerselse Dijk, die leidde van Eersel naar Hapert, de puinhopen van een oud kasteel dat heden ten dage nog 'het Hof' heet. Dit kasteel behoorde in vroeger eeuwen aan de familie Merckelbach. In mijn jeugd waren er de grachten nog van zichtbaar. “Daar,” zei ’t manneke: “daar. Daar liggen schatten verborgen. Kom, pak uw schop en ga mee.” En beiden togen op weg, want vader was immers ook belust op schatten.
Op de bewuste plek gekomen begon ’t manneke onder allerlei vreemde gebaren en onder het prevelen van onverstaanbare woorden z’n werk. En ja, daar sloeg plotseling de roede om en wees naar beneden. Daar moest de schat zitten. “Graaf hier!” zei ’t manneke en vader groef.
Daar naderden onder ’t geboomte twee stevige, gespierde mannen, het gelaat gehuld in een zware, harige pelsmuts. Vader wierp z’n schop en de wichelaar z’n roede weg en beiden gingen aan d’n haal. Wie waren die twee ongewenste bezoekers? ’t Was in de revolutietijd, zoals de vader de omwenteling van 1830 noemde en in de grote, anders stille heide, die zich van hier tot aan de Belgische grens uitstrekte, waren op vaste afstanden zogenaamde 'schildershuisjes' geplaatst waarin de soldaten, die in het nabije Eersel waren ingekwartierd, de wacht moesten houden. Deze twee landverdedigers waren op hun terugtocht naar hun kwartier. Zij hadden onze twee gravers bespied en onvervaard, zoals men hen mag veronderstellen, wilden ze meer van dat geheime…gzinnige gedoe weten en waren genaderd. Ze achtervolgden onze beide helden tevergeefs.
De volgende dag keerde vader naar de bewuste plek terug, want hij wilde z’n schop terug hebben, maar ze was verdwenen, evenals de wichelroede.
En vader, hij droomde elke nacht van de schat, hij kon misschien plotseling rijk worden, en gesteund in z’n voornemen toog hij op klaarlichte dag andermaal naar de geheimzinnige plek. Hij groef een grote kuil, neen, hij ondergroef het gehele Hof tot op de fundamenten van het kasteel, maar vond geen rooie duit.
Op zekere winteravond, ongeveer middernacht, komt een oudachtig manneke uit het naburige Eersel aan vaders deur kloppen en vraagt om binnengelaten te worden. Hij had een zeer gewichtige mededeling. Na enige aarzeling en nadat de vreemdeling z’n identiteit had bekendgemaakt voldeed vader schoorvoetend en huiverig aan dit verzoek. Bij ‘t schemerlicht van een kome…koperen olielampke verklaarde de bezoeker dat hij het geheim kende om schatten in de grond te ontdekken. Vader keek hem met grote ogen aan en wantrouwde z’n gast die hij binnengehaald had. De vreemdeling haalde daarop uit de binnenzak van z’n jas een instrument, de zogenaamde wichelroede, en beschreef de werking daarvan.
Nu lagen nabij de zogenaamde Eerselse Dijk, die leidde van Eersel naar Hapert, de puinhopen van een oud kasteel dat heden ten dage nog 'het Hof' heet. Dit kasteel behoorde in vroeger eeuwen aan de familie Merckelbach. In mijn jeugd waren er de grachten nog van zichtbaar. “Daar,” zei ’t manneke: “daar. Daar liggen schatten verborgen. Kom, pak uw schop en ga mee.” En beiden togen op weg, want vader was immers ook belust op schatten.
Op de bewuste plek gekomen begon ’t manneke onder allerlei vreemde gebaren en onder het prevelen van onverstaanbare woorden z’n werk. En ja, daar sloeg plotseling de roede om en wees naar beneden. Daar moest de schat zitten. “Graaf hier!” zei ’t manneke en vader groef.
Daar naderden onder ’t geboomte twee stevige, gespierde mannen, het gelaat gehuld in een zware, harige pelsmuts. Vader wierp z’n schop en de wichelaar z’n roede weg en beiden gingen aan d’n haal. Wie waren die twee ongewenste bezoekers? ’t Was in de revolutietijd, zoals de vader de omwenteling van 1830 noemde en in de grote, anders stille heide, die zich van hier tot aan de Belgische grens uitstrekte, waren op vaste afstanden zogenaamde 'schildershuisjes' geplaatst waarin de soldaten, die in het nabije Eersel waren ingekwartierd, de wacht moesten houden. Deze twee landverdedigers waren op hun terugtocht naar hun kwartier. Zij hadden onze twee gravers bespied en onvervaard, zoals men hen mag veronderstellen, wilden ze meer van dat geheime…gzinnige gedoe weten en waren genaderd. Ze achtervolgden onze beide helden tevergeefs.
De volgende dag keerde vader naar de bewuste plek terug, want hij wilde z’n schop terug hebben, maar ze was verdwenen, evenals de wichelroede.
En vader, hij droomde elke nacht van de schat, hij kon misschien plotseling rijk worden, en gesteund in z’n voornemen toog hij op klaarlichte dag andermaal naar de geheimzinnige plek. Hij groef een grote kuil, neen, hij ondergroef het gehele Hof tot op de fundamenten van het kasteel, maar vond geen rooie duit.
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Een oude man met een wichelroede zegt te weten waar een schat te vinden is. De vader van de verteller gaat met de oude man mee naar de ruïne van een kasteel om de schat te zoeken. De wichelroede slaat inderdaad uit, maar tijdens het graven worden de twee mannen verjaagd door soldaten. De vader keert later terug om verder te zoeken. Hij graaft tot op de fundamenten van het kasteel, maar vindt geen rode duit.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
Het Hof, familie Merckelbach en de Eerselse Dijk: zie ook VODA_002_16.
Naam Overig in Tekst
de nacht van Sint Jan   
het Hof   
familie Merckelbach   
Naam Locatie in Tekst
Eersel   
de Eerselse Dijk   
Hapert   
de Belgische grens   
Plaats van Handelen
de Eerselse Dijk tussen Eersel en Hapert   

