Hoofdtekst
Cats, je weet wel, die dichter, liep ‘es op de weg van Haarlem naar Leiden. Toen kwam ‘m een voerman achterop en Cats vroeg of-t-ie mee mocht rije. Die voerman had door wie het was en zei: “Dat mag. as je een gedicht maakt, waarin iedere regel twee keer hetzelfde woord voorkomt”. Nou, Cats was ook niet van gistere, die wist, dat die voerlui dikwels het voer voor de paarde stole en hij zegt:
Ik wil mij op dees’ wagen wagen
Die zal mij naar Leiden leiden.
God zal hem met plagen plagen,
Die in een anders weiden weiden.
“Kom-t-erop, jo, en hou verder je bek maar”, zei toen die voerman.
Ik wil mij op dees’ wagen wagen
Die zal mij naar Leiden leiden.
God zal hem met plagen plagen,
Die in een anders weiden weiden.
“Kom-t-erop, jo, en hou verder je bek maar”, zei toen die voerman.
Beschrijving
Gedicht van Cats waarin in iedere regel twee keer hetzelfde woord voorkomt.
Bron
Collectie Verhoeff, verslag 8, verhaal 12 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Cats   
God   
Naam Locatie in Tekst
Haarlem   
Leiden   
