Hoofdtekst
We hadden vroeger turfdragers die de boten losten. Jan Richter, ze noemden hem Klaas de Blauwe, omdat hij altijd dronken was. Een keer moest hij een boot in Ilpendam lossen. Toen is hij in de sloot gelopen; hij was toen weer dronken. Hij bleef toen in de sloot zitten. Het vroor toen en Klaas bleef daar zitten hij merkte er niets van. Hij had gewoon een vuur van binnen. Jan Butter, dat was ook een imbeciel, die stotterde heeft hem zo zien zitten. In plaats van hem eruit te halen is t’ie toen naar Edam gelopen naar de politie. Dat duurde nog een hele tijd want Jan Butter stotterde. Daarna moest hij weer een half uur teruglopen. Het heeft dus een hele tijd geduurd voordat hij terug was. Boeren hadden Klaas net uit de sloot gevist. Het ijs zat aan z’n lichaam. Maar Klaas mankeerde niets van de jenever.
Beschrijving
Anekdote over dronken man die in de vrieskou lang in een sloot zit.
Bron
Collectie Veldhuyzen, verslag 1, verhaal 11 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Jan Richter   
Jan Rigter   
Klaas de Blauwe   
Jan Butter   
Klaas   
Naam Locatie in Tekst
Ilpendam   
Edam   
Plaats van Handelen
Ilpendam   
