Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK006

Een sprookje (brief), 1894

Leonardo_Diffusion_XL_a_realistic_photo_of_a_male_dwarf_and_a_1.jpg

Hoofdtekst

Er was eens een arm man, die ging in zijn vrije tijd aan 't visschen. Toen hij nu al een poos gezeten had zonder iets te vangen, kreeg hij eindelijk een vischje te pakken. Hij wilde het in zijn korfje doen, doch verbeeld eens zijne schrik, daar begon op eens de visch te spreken.
"Och goede man," zei hij, "laat mij toch weer los, laat mij weer zwemmen."
"Maar vischje," zei de man, "kunt gij spreken?"
"Ja," zei de visch, "laat mij toch asteblieft weer zwemmen, ik ben eigentlijk geen visch, maar een betooverde prins, tot mijn straf moet ik als visch rondzwemmen tot ik verlost word. Als gij mij nu in 't leven laat, kunt gij wat van mij vragen, dan zal ik u dat geven."
Nu liet de man de visch weer zwemmen en vertelde aan zijn vrouw zijn avonduur.
"Hebt gij hem niets gevraagd?" zeide zijn vrouw; "ga dadelijk weer terug naar de visch en vraag of wij geld krijgen om een huis te koopen."
De goede, arme man ging weer terug naar het water, want, ofschoon hij tevreden was met zijn hutje, hij was erg bang voor zijn vrouw, want zij was een booze vrouw.
Toen hij nu weer op de plaats kwam waar hij de visch gevangen had, riep hij:

"Vischje, vischje uit het meer
'k Bid U, kom eens even weer
Hoort eens wat ik zeggen wou
'k Heb een boodschap van mijn vrouw."

Toen begon het water op eens te bruischen, en daar kwam het vischje aangezwommen.
"Wel baas," zei de visch, "ik ben blijde dat gij gekomen zijt, nu kan ik U mijn dankbaarheid tonen: wat wilt gij dat ik voor U doen zal?"
Toen vertelde de man, dat zijn vrouw geld wilde voor een huis.
"Geld kan ik U niet geven," zei de visch, "maar gaat maar naar uw vrouw terug, zij woont al in een mooi huis."
De man bedankte de visch, en ging naar zijn vrouw terug. Toen hij bij zijn hut kwam, wist hij niet wat hij zag, in plaats van de hut stond er een prachtig huis.
"Nu vrouw," zeide hij, "wat zegt ge hier van? Is 't nu naar je zin?"
"'t Lijkt er niet naar," zei de booze vrouw, "bij een mooi huis behooren mooie meubelen en kleeren, ga dus maar weer naar de visch, en vraag hem hierom."
De goede man durfde niet tegenstribbelen en ging. Bij het meer gekomen, riep hij weer:

"Vischje, vischje uit het meer
'k Bid U, kom eens even weer
Hoort eens wat ik zeggen wou
'k Heb een boodschap van mijn vrouw."

Daar kwam de visch weer aanzwemmen.
"Wat hebt gij?" vroeg ze, "hebt gij wat vergeten?"
"Ja," zei de man, "mijne vrouw wil zoo graag mooie meubelen en kleêren hebben."
"Gaat maar heen," zei de visch, "uw wensch is al vervuld."
De goede man kwam te huis, en vond alles zooals zijn vrouw eerst gewenscht had. Doch nu was zij nog niet te vreden, zoo als zij het had, hadden veel menschen het, neen, dan wilde zij liever Koningin zijn.
De man zei: "Maar vrouwtje, dat gaat immers niet, gij kunt toch alles niet krijgen wat gij begeert, kom wees nu maar te vreden."
Doch de vrouw schold en raasde zoo, zoodat de arme stakker maar weer naar de visch toe ging.
Hij riep weer:

"Vischje, vischje uit het meer
'k Bid U, kom eens even weer
Hoort eens wat ik zeggen wou
'k Heb een boodschap van mijn vrouw."

Daar kwam de visch met gedruisch aanzwemmen en schreeuwde: "Wat hebt gij nu weer, man?"
"Ach, goede Prins," zei de man, "nu wil mijn vrouw weer Koningin worden."
"Gaat maar heen," zei de visch, "zij is 't al, maar laat zij nu ook tevreden zijn."
Toen de man nu bij zijn vrouw kwam, och ja, daar zat zij als Koningin op de troon, omgeven van hofdames. Haar man durfde haar bijna niet aanzien, zoo'n pracht straalde van haar af, doch het boze wijf wilde almeer.
"Ga terug," zeide zij, "en zeg aan de visch dat ik God wil zijn."
De goede man raadde haar aan verstandig te zijn en nu tevreden te wezen, doch zij werd boos, kwaad, nijdig en zei: "Ga, zeg ik U, ik ben Koningin en kan U gebieden."
Met loome schreden ging de man nu weer na[ar] de visch, en riep weer:

"Vischje, vischje uit het meer
'k Bid U kom eens even weer
Hoort eens wat ik zeggen wou
'k Heb een boodschap van mijn vrouw."

Daar begon het op eens te donderen en te weerlichten, het water werd zwart, en daar kwam de visch aanzwemmen en riep met donderende stem: "Wat is er nu weer?"
De man zei nu, dat zijn vrouw God wilde zijn.
"Gaat maar heen," zei de visch, "zij zit alweer in haar hut, dat booze mensch."
En zoo kwam het ook af. Toen de man weer thuis kwam, zag hij zijne vrouw weer in de hut zitten, maar nu nog boozer en ontevredener, als toen zij eerst arm was, want nu had zij de rijkdom leren kennen, en door haar eigen schuld was zij nu weer arm geworden. De goede man leefde nog altijd tevreden voort, want ook in de rijkdom en armoede, was hij tevreden geweest.

Onderwerp

AT 0555 - The Fisher and his Wife    AT 0555 - The Fisher and his Wife   

ATU 0555 - The Fisherman and his Wife.    ATU 0555 - The Fisherman and his Wife.   

VDK 0555 - The Fisher and his Wife    VDK 0555 - The Fisher and his Wife   

Beschrijving

Een arme man gaat vissen. Hij vangt een heel bijzondere vis. Deze vis is een betoverde prins en kan spreken. Hij vraagt de man hem weer los te laten, dan zal hij in ruil hiervoor aan de visser geven wat hij maar wil. De man laat de vis vrij, gaat naar huis en vertelt zijn avontuur aan zijn vrouw. Zijn vrouw is hebzuchtig en wil dat haar echtgenoot onmiddelijk terugkeert naar de vis om een groot huis te vragen. Nadat de man de vis heeft geroepen, willigt de vis de wens van de vrouw in. Zij is hiermee echter niet tevreden en vraagt vervolgens om meubels en kleren. Ook dit is nog niet genoeg, zij wil bovendien koningin worden. Het visje willigt al deze wensen in, maar bij haar laatste wens, om God te worden, neemt hij alles weer van haar af. De vrouw is nu nog ontevredener dan toen ze voor de eerste keer arm was.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Motief

B175 - Magic fish.    B175 - Magic fish.   

B375.1 - Fish returned to water: grateful.    B375.1 - Fish returned to water: grateful.   

D1761.0.1 - Wishes granted without limit.    D1761.0.1 - Wishes granted without limit.   

C773.1 - Tabu: making unreasonable requests.    C773.1 - Tabu: making unreasonable requests.   

T261 - The ungrateful wife.    T261 - The ungrateful wife.   

J514 - One should not be too greedy.    J514 - One should not be too greedy.   

Q338 - Immoderate request punished.    Q338 - Immoderate request punished.   

L420 - Overweening ambition punished.    L420 - Overweening ambition punished.   

C770 - Tabu: overweening pride.    C770 - Tabu: overweening pride.   

J346 - Better be content with what you have, than try to get more and lose everything.    J346 - Better be content with what you have, than try to get more and lose everything.   

Commentaar

1894
In een schriftje, verzonden door mevr. Deenik-Bronner, maar niet van haar hand.
The Fisher and his Wife
ingezonden door mevr. Deenik-Bronner
Motieven (hierboven slechts een selectie ingevuld):
D5. Enchanted person
D661. Transformation as punishment
D100. Transformation: man to animal
D170 Transformation: man to fish
B211.5 Speaking fish
B175 Magic fish
B375 Release of animal by hunter (fisher)
B370. Animals grateful to captor for release
B375.1 Fish returned to water: grateful
B210. Speaking animals
B211. Animal uses human speech
B581. Animal brings wealth to man
D1761.0.1 Wishes granted without limit
D1761.0.2. Limited number of wishes granted
D1273 Magic formula (charm)
D1761 Magic results produced by wishing
D2120 Magic wealth
T210.2. Faithful husband
W128. Dissatisfaction
W154. Ingratitude
S60. Cruel spouse
D1273.1.1. Three as magic number
D1273.1.2. Four as magic number
C773.1 Tabu: making unreasonable requests. Given power of fulfilling all wishes, person oversteps moderation and is punished
C900. Punishment for breaking tabu
C930. Loss of fortune for breaking tabu
C939. Loss of fortune for breaking tabu--miscellaneous
T253. The nagging wife
T255. The obstinate wife or husband
T261. The ungrateful wife
J2072 Short-sighted wish
J2079 Absurd wishes - miscellaneous
C773.1 Tabu: making unreasonable requests
C762.1 Tabu: using magic power too often
U60. Wealth and poverty
W151. Greed
J514 One should not be too greedy
J1085 Money does not always bring happiness
Q338 Immoderate request punished
Q331 Pride punished
L420 Overweening ambition punished
C770 Tabu: overweening pride
L200 Modesty brings reward
W31. Obedience
W27. Gratitude
J346 Better be content with what you have, than try to get more and lose everything

Naam Overig in Tekst

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22