Hoofdtekst
Eene oude vrouw in Enschede, wonende aan den straatweg Enschede naar Gronau, vertelde mij, lang geleden, het volgende als "waar gebeurd":
Een man, die met veel geld bij zich, dien weg ging, werd aangevallen door een ander, die hem vergezelde of hem tegenkwam (dat ben ik vergeten), maar die in alle gevalle[n] wist, dat de eerste eene groote som gelds bij zich had. Er volgde een hevige worsteling, waarvan het slot was, dat de eigenaar van 't geld doodelijk verwond werd en om wraak riep.
"Wie zou u wreken?" vroeg de ander spottend, "er is niemand, die ons hier ziet!"
Maar de eerste zei, stervend: "De blaêre op de beume zölt di verroan!"
Met het gestolen geld maakte de moordenaar goede zaken. Hij kwam tot groot aanzien, huwde eene rijke vrouw en bewoonde eene prachtige villa. Op zekeren dag stond hij voor 't venster en keek gedachteloos naar de wiegelende bladeren die tegen de ramen tikten.
"De blaêre op de beume zölt di nog verroan," schoot hem opeens door de gedachten en hij moest glimlachen als hij aan dien onzin dacht. Maar zijne vrouw vroeg, waarom hij lachte en hield aan, toen hij een ontwijkend antwoord gaf, tot hij haar eindelijk de ware reden verteld had. Ze kreeg toen zoo'n afschuw van haar man, dat ze nergens van wilde hooren en hem aanklaagde: "De blaêre op de beume" hadden hem dus nog verraden!
Een man, die met veel geld bij zich, dien weg ging, werd aangevallen door een ander, die hem vergezelde of hem tegenkwam (dat ben ik vergeten), maar die in alle gevalle[n] wist, dat de eerste eene groote som gelds bij zich had. Er volgde een hevige worsteling, waarvan het slot was, dat de eigenaar van 't geld doodelijk verwond werd en om wraak riep.
"Wie zou u wreken?" vroeg de ander spottend, "er is niemand, die ons hier ziet!"
Maar de eerste zei, stervend: "De blaêre op de beume zölt di verroan!"
Met het gestolen geld maakte de moordenaar goede zaken. Hij kwam tot groot aanzien, huwde eene rijke vrouw en bewoonde eene prachtige villa. Op zekeren dag stond hij voor 't venster en keek gedachteloos naar de wiegelende bladeren die tegen de ramen tikten.
"De blaêre op de beume zölt di nog verroan," schoot hem opeens door de gedachten en hij moest glimlachen als hij aan dien onzin dacht. Maar zijne vrouw vroeg, waarom hij lachte en hield aan, toen hij een ontwijkend antwoord gaf, tot hij haar eindelijk de ware reden verteld had. Ze kreeg toen zoo'n afschuw van haar man, dat ze nergens van wilde hooren en hem aanklaagde: "De blaêre op de beume" hadden hem dus nog verraden!
Onderwerp
AT 0960 - The Sun Brings All to Light   
ATU 0960 - The Sun Brings All to Light.   
Beschrijving
Een man die veel geld bij zich heeft, wordt beroofd en vermoord. Vlak voordat de man sterft zweert hij de dief dat de bladeren aan de bomen zijn misdaad zullen verraden. De dief gelooft daar niets van. Hij gaat in een mooi huis wonen en trouwt met een rijke vrouw. Op een dag ziet hij bladeren voor het raam dwarrelen. Hij moet denken aan de belofte van de beroofde man en lacht bij zichzelf. Zijn vrouw wil weten waarom hij lacht en ze houdt net zoalng aan todat hij het hele verhaal verteld heeft. Ze klaagt hem vervolgens aan. De bladeren hebben hem inderdaad verraden.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
20 maart [1894?]
The Sun Brings All to Light
Naam Locatie in Tekst
Enschede   
Gronau   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
