Hoofdtekst
Ellert en Brammert woonden te zamen in een hol onder de grond. Vader en zoon leefden van den roof. Tusschen Zweeloo en Schoonoord was hun verblijf te vinden. Een koord over de weg gespannen, aan welks einde een schel, leidde naar hun hol. Als die schel overging was hun dit een teeken dat er een wagen te plunderen viel, die zich veilig dacht. De sage luidt dat de zoon op zekeren dag een meisje, bezig met groene rogge afsnijden, van den esch in het hol bracht en dagelijks dwong den vader te scheren. Toen de zoon afwezig was, wreekte zij zich, sneed den ouden man den hals af en nam de vlucht. Brammert bemerkende bij zijn thuiskomst wat er gebeurd was achtervolgde haar en haalde haar bijna in. Ten bewijze vindt men nog altijd den bijlslag in den drempel van de huisdeur, waarin het meisje zich veilig wist, toen Brammert op zijn beurt moest vluchten.
Onderwerp
SINSAG 0161 - Die Entstehung des "Stipelzeichens"   
Beschrijving
Een vader en een zoon leven in een hol onder de grond. Om voorbijgangers te kunnen bestelen en vermoorden spannen ze een touw met een bel over de weg zodat de voorbijgangers kunnen horen. Op een dag neemt de zoon een meisje gevangen. Zij moet elke dag de vader scheren. Wanneer de zoon een keer afwezig is, snijdt zij de keel van de vader door en vlucht weg. De zoon achtervolgt haar, maar zij zit veilig in een huis. De bijlslag in de drempel herinnert hier nog aan.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Die Entstehung des "Stipelzeichens"
Naam Overig in Tekst
Ellert   
Brammert   
Naam Locatie in Tekst
Zweeloo   
Schoonoord   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
