Hoofdtekst
Eens zou de vader uit de stad gaan en toen zeide de vader tegen Jantje: "Ik ga de stad uit, wat zou je nu graag hebben dat ik voor je meê breng voor een welkom thuis?"
En toen zeide Jantje: "Vader, bewaar je geld, bespaar je geld en koop er koek en brood voor."
Maar de vader zeide: "Neen, je moet toch wat hebben."
"Nu," zegt Jantje, "dan maar een goud horologe."
Toen zeide de vader tegen Mietje: "Mietje, ik ga uit de stad, wat zou je nou graag willen hebben voor een welkom thuis?"
En toen zeide Mietje: "Bewaar je geld, bespaar je geld en koop er koek en brood voor."
"Neen," zeide de vader, "je moet toch wat hebben."
"Nu", zegt Mietje, "dan maar een roosje Violet."
De vader gaat op reis, en koopt de precenten, doch het roosje Violet na heel veel moeite. Jantje en Mietje zijn er zeer blij mede. Maar Mietje en Jantje gaan te zamen wandelen, Jantje met zijn horologe bij zich en Mietje met het roosje Violet.
Toen zeide Jantje tegen Mietje: "Ik het roosje Violet en jij het goud horologe?"
"Neen", zeide Mietje.
Toen werd Jantje boos en zeide: "Ik zal je nog drie maal vragen en als je dan niet wil sla ik je dood. Ik het roosje violet en jij het goud horologe?"
"Neen."
"Ik het roosje violet en jij het goud horologe?"
"Neen."
"Ik het roosje violet en jij het goud horologe?"
"Neen."
Toen nam Jantje zijn zusje en sloeg haar dood en begroef haar in het zand.
Toen Jantje thuis kwam vroeg zijn vader: "Jantje, hoe komt je boezeltje zoo met bloed?"
"Ik heb bij de slager staan kijken, naar het slachten," zeide Jantje, "en toen spatte het bloed op mijn boezeltje."
(Geen woord werd over Mietje gesproken en ook scheen de vader te vreden met het antwoord te zijn, en het blijkt dat Mietje niet eens werd gemist!!) Want de vertelling zegt verder: eenige dagen daar na gaat Jantje met vader en moeder en meid wandelen en toevallig langs de plek waar Jantje Mietje heeft begraven. En ziet, op het graf groeit een roosje Violet.
De vader ziet dat en zegt: "Kijk nu, heb ik zoo veel moeite gehad om dat roosje Violet te koopen en ziet is, groeit het zoo dicht bij huis."
De vader (en het blijkt hier uit dat Mietje nog al niet gemist werd) wil het roosje Violet plukken en het aan Mietje geven als hij thuis komt, maar zoodra hij het roosje aanvat komt er een stem uit het graf, die zegt:
"Och vader lief, och vader lief,
laat mij dit roosje houden,
want Jantje heeft mij hier vermoord,
nu lig ik in mijn bloed gesmoord."
Toen zeide de vader tegen moeder: "Pluk jij dat bloemtje"
Maar toen de moeder het aanvatte, kwam er een stem uit het graf, die zeide:
"Och moeder lief, och moeder lief,
laat mij dat bloemtje houden,
want Jantje heeft mij hier vermoord,
nu lig ik in mijn bloed gesmoord."
Toen zeide de vader tegen de meid dat die het bloemtje plukken zou, doch ook toen die het aanraakte, sprak de stem:
"Och Kaatje lief, och Kaatje lief,
laat mij dat bloemtje houden,
want Jantje heeft mij hier vermoord,
nu lig ik in mijn bloed gesmoord."
Toen moest Jantje gaan plukken, maar toen sprak de stem met ijselijk geluid:
"O moordenaar, o moordenaar,
laat mij dat bloemtje houden,
want jij, jij hebt me hier vermoord,
nu lig ik in mijn bloed versmoord,
laat mij dit bloemtje houden."
Nu kwam het uit dat Jantje Mietje had vermoord. De vader was zeer boos op Jantje en liet Jantje kiezen hoe hij wilde sterven: of door vier paarden van een getrokken te worden, of van een hoog huis springen. Jantje koos het laatste en stierf een akelige dood.
Onderwerp
AT 0780 - The Singing Bone   
ATU 0780 - The Singing Bone.   
Beschrijving
Bron
Motief
E632.1 - Speaking bones of murdered person reveal murder.   
D1610.4 - Speaking flower.   
N271 - Murder will out.   
E631 - Reincarnation in plant (tree) growing from grave.   
Commentaar
E632.1 Speaking bones of murdered person reveal murder<br>
D1610.4. Speaking flower<br>
N271 Murder will come out<br>
E631 Reincarnation in plant (tree) growing from grave<br>
Naam Overig in Tekst
Kaatje   
Mietje   
Jantje   
