Hoofdtekst
Het verhaaltje van het mosterdpotje
Een vader en eene moeder hadden twee kinderen, een jongen en een meisje. De vader hield veel van den jongen maar zijn stiefmoeder niet; zij behandelde hem daarom slecht en liet hem allerlei werk doen.
Eens moest hij mosterd gaan halen terwijl zijn vader in het bosch was. Hij brak het potje en durfde niet weer naar huis gaan. Toen kwam zijne zuster hem halen en beloofde hem een nieuw jasje als hij mee ging. Thuisgekomen zijnde moest hij het blok en de bijl van boven halen. De moeder zei: "leg je hand op het blok (hak af), leg de andere hand erop (hak af), leg het hoofd erop (hak af)"; toen werd hij gebraden en 's avonds den vader te eten gegeven. Den volgenden avond kwam er een vogeltje boven den schoorsteen dat zong:
"Mijn moeder heeft mij geslacht,
mijn vader heeft mij gegeten,
mijn zusje heeft de beentjes onder de lindeboom gesmeten,
van kiwiet, van kawiet, van mooie jonge David,
Rik, kwak, kwik, wat mooi vogeltje ben ik."
De vader vroeg wat dit beteekende maar moeder noch dochter zeide[n] het. Iederen avond zong het vogeltje dit liedje maar eens op een keer riep het: "Zuster, kom eens onder de schoorsteen", en zij kreeg een mooie bloem, "Vader, kom eens onder den schoorsteen", en hij kreeg een gouden ring. "Moeder, kom eens onder den schoorsteen", en zij kreeg tot straf een dikke steen op haar hoofd zoodat zij dood neerviel.
Er kwam een kat met een witte snuit,
die blies het heele vertelsel uit.
Een vader en eene moeder hadden twee kinderen, een jongen en een meisje. De vader hield veel van den jongen maar zijn stiefmoeder niet; zij behandelde hem daarom slecht en liet hem allerlei werk doen.
Eens moest hij mosterd gaan halen terwijl zijn vader in het bosch was. Hij brak het potje en durfde niet weer naar huis gaan. Toen kwam zijne zuster hem halen en beloofde hem een nieuw jasje als hij mee ging. Thuisgekomen zijnde moest hij het blok en de bijl van boven halen. De moeder zei: "leg je hand op het blok (hak af), leg de andere hand erop (hak af), leg het hoofd erop (hak af)"; toen werd hij gebraden en 's avonds den vader te eten gegeven. Den volgenden avond kwam er een vogeltje boven den schoorsteen dat zong:
"Mijn moeder heeft mij geslacht,
mijn vader heeft mij gegeten,
mijn zusje heeft de beentjes onder de lindeboom gesmeten,
van kiwiet, van kawiet, van mooie jonge David,
Rik, kwak, kwik, wat mooi vogeltje ben ik."
De vader vroeg wat dit beteekende maar moeder noch dochter zeide[n] het. Iederen avond zong het vogeltje dit liedje maar eens op een keer riep het: "Zuster, kom eens onder de schoorsteen", en zij kreeg een mooie bloem, "Vader, kom eens onder den schoorsteen", en hij kreeg een gouden ring. "Moeder, kom eens onder den schoorsteen", en zij kreeg tot straf een dikke steen op haar hoofd zoodat zij dood neerviel.
Er kwam een kat met een witte snuit,
die blies het heele vertelsel uit.
Onderwerp
AT 0720 - My Mother Slew Me; My Father Ate Me. The Juniper Tree   
ATU 0720 - The Juniper Tree   
Beschrijving
Een broer en een zus hebben een gemene stiefmoeder. De stiefmoeder heeft een hekel aan het broertje. Daarom hakt ze hem eerst zijn handen en vervolgens zijn hoofd af als straf voor het breken van een mosterdpotje. Ze braadt hem en geeft hem aan de vader te eten. Het zusje begraaft de botten onder de lindeboom. Uit die boom komt een vogeltje vliegen dat op de schoorsteen een liedje zingt waarin hij vertelt dat hij door zijn moeder is vermoord, door zijn vader is gegeten en door zijn zusje is begraven onder de boom. Het zusje gaat onder de schoortsteen staan en krijgt een mooie bloem. De vader gaat er ook onder staan en krijgt een gouden ring. De moeder krijgt als straf een zware steen op haar hoofd en is op slag dood.
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
8 maart 1892
My Mother Slew Me, My Father Ate Me, The Juniper Tree
Naam Overig in Tekst
David   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
