Hoofdtekst
't Was in 1891, toen woonde er een knecht op Meerssenhove, bij Weerdt. Deze moest elke Zaterdag naar huis gaan om de schone was te halen. Dan ging hij door de "sjteegele" (= een voetpad door weilanden en voorzien van haspels, molentjes, zodat 't vee niet van de ene naar de andere wei kan.) B [Brouwers]
Elke Zaterdag-avond nu als hij daar kwam, dan zat er bij dat molentje een weerwolf. Als hij nu door dat molentje was, dan sprong hem de weerwolf in de nek en dan moest hij deze de hele weide door dragen en, af en toe, en met permissie gezegd, "bezeikde" (= bepiste) hij hem ook nog.
Toen ging de man N. genaamd, die ging naar Rijkholt naar de paters. Deze zegenden hem een dolk. Als hij nu kwam, t was om 't even waar hij de weerwolf raakte, dan viel deze af.
De Zaterdag daarna ging N. weer Gods-getrouw met zijn bundeltje wasgoed aan de rug naar huis. Zoals verwacht sprong hem weer dezelfde weerwolf in de nek. Toen ze een eindje op weg waren, trok N. de dolk uit de zak en stak met de linkerhand naar de weerwolf. Deze brulde het uit en viel van hem af. Toen bleek het een vrouw te zijn. Ja, en N. kende die vrouw ook net zo goed als ik haar gekend heb.
Maar enfin, de vrouw was er van genezen. Ze leefde verder heel rustig met haar man
"en"
en de twee zoons. Ze had ook nog café, maar de naam daarvan zal ik niet noemen want een van die jongens leeft nog en heeft een betrekking als opzichter op een van de Staatsmijnen.
En dat is dan die zaak.
plaats van handeling : Meerssen.
Elke Zaterdag-avond nu als hij daar kwam, dan zat er bij dat molentje een weerwolf. Als hij nu door dat molentje was, dan sprong hem de weerwolf in de nek en dan moest hij deze de hele weide door dragen en, af en toe, en met permissie gezegd, "bezeikde" (= bepiste) hij hem ook nog.
Toen ging de man N. genaamd, die ging naar Rijkholt naar de paters. Deze zegenden hem een dolk. Als hij nu kwam, t was om 't even waar hij de weerwolf raakte, dan viel deze af.
De Zaterdag daarna ging N. weer Gods-getrouw met zijn bundeltje wasgoed aan de rug naar huis. Zoals verwacht sprong hem weer dezelfde weerwolf in de nek. Toen ze een eindje op weg waren, trok N. de dolk uit de zak en stak met de linkerhand naar de weerwolf. Deze brulde het uit en viel van hem af. Toen bleek het een vrouw te zijn. Ja, en N. kende die vrouw ook net zo goed als ik haar gekend heb.
Maar enfin, de vrouw was er van genezen. Ze leefde verder heel rustig met haar man
"en"
en de twee zoons. Ze had ook nog café, maar de naam daarvan zal ik niet noemen want een van die jongens leeft nog en heeft een betrekking als opzichter op een van de Staatsmijnen.
En dat is dan die zaak.
plaats van handeling : Meerssen.
Onderwerp
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
Beschrijving
Weerwolf die zich laat dragen valt van persoon nadat die de weerwolf met een door paters gezegende dolk heeft gestoken.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 2, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: Verslag no. 3
Naam Overig in Tekst
Meerssenhove   
Weerdt   
N.   
Staatsmijnen   
Naam Locatie in Tekst
Rijkholt   
Plaats van Handelen
Meerssen   
