Hoofdtekst
Mijn moeder zaliger, die heette Anna. Een zus van haar heette Maria, een broer Kobus en de andere Bert genaamd. Zo woonden ze bij elkaar.
Nu, in het ouders-huis daar spookte het.
Toen zijn ze naar een pastoor of naar een pater geweest.
Toen zei de pastoor of pater dan, als ze, de rusteloze ziel of geest, zijn naam riep dan moest hij of zij de moed hebben te vragen wat er verlangd werd. En toen riep ze Bert; deze is lang veldwachter in H., geweest. Deze Bert dan had de moed te vragen wat er van hem werd verlangd. Een stem antwoorde dat zijn vader een mis had moeten laten lezen en dat hij dit niet gedaan had. Had hij niet laten doen. En toen zeide ze, ze moesten een mis laten doen voor Kobus. Van toen af was alles aan een kant. Hadden ze nooit meer iets gehoord.
Dit heeft mij moeder zaliger vaker verteld.
---------------
vraag opn. : was dat dus een oom van U?
antw. vert. : ja, ja, het was een broer van mijn moeder. Bij hun thuis was
het gebeurd. Zij waren met, ja zal ik maar zeggen, allen tezamen, dat waren: Kobus, Bert, Maria, mijn moeder heette Anna en dan was er nog een Fien, of .... ik geloof dat ze Fien heette.
En dus had de pastoor of pater gezegd als ze de naam riep
dan moest men de moed hebben te vragen wat men verlangde.
Vraag opn. : was er ook iets te zien?
antw. vert. : neen, er was niets te zien, men hoorde alleen de namen van de bewoners roepen.
Ze zouden een mis laten lezen voor Kobus hun vader zaliger. Dit hebben ze gedaan en vanaf dat ogenblik was alles afgelopen.
Voor die tijd durfde niemand, durfde niemand meer alleen in het huis te blijven. Het was elke avond hetzelfde.
plaats van handeling: Voerendaal.
Nu, in het ouders-huis daar spookte het.
Toen zijn ze naar een pastoor of naar een pater geweest.
Toen zei de pastoor of pater dan, als ze, de rusteloze ziel of geest, zijn naam riep dan moest hij of zij de moed hebben te vragen wat er verlangd werd. En toen riep ze Bert; deze is lang veldwachter in H., geweest. Deze Bert dan had de moed te vragen wat er van hem werd verlangd. Een stem antwoorde dat zijn vader een mis had moeten laten lezen en dat hij dit niet gedaan had. Had hij niet laten doen. En toen zeide ze, ze moesten een mis laten doen voor Kobus. Van toen af was alles aan een kant. Hadden ze nooit meer iets gehoord.
Dit heeft mij moeder zaliger vaker verteld.
---------------
vraag opn. : was dat dus een oom van U?
antw. vert. : ja, ja, het was een broer van mijn moeder. Bij hun thuis was
het gebeurd. Zij waren met, ja zal ik maar zeggen, allen tezamen, dat waren: Kobus, Bert, Maria, mijn moeder heette Anna en dan was er nog een Fien, of .... ik geloof dat ze Fien heette.
En dus had de pastoor of pater gezegd als ze de naam riep
dan moest men de moed hebben te vragen wat men verlangde.
Vraag opn. : was er ook iets te zien?
antw. vert. : neen, er was niets te zien, men hoorde alleen de namen van de bewoners roepen.
Ze zouden een mis laten lezen voor Kobus hun vader zaliger. Dit hebben ze gedaan en vanaf dat ogenblik was alles afgelopen.
Voor die tijd durfde niemand, durfde niemand meer alleen in het huis te blijven. Het was elke avond hetzelfde.
plaats van handeling: Voerendaal.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Spokerij stopt als verlangen van rusteloze dode die dat beloofde mis nog wordt gelezen, wordt ingewilligd.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 4, verhaal 8 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: VERSLAG No 14.
Naam Overig in Tekst
Anna   
Maria   
Kobus   
Bert   
Fien   
Naam Locatie in Tekst
H.   
Plaats van Handelen
Voerendaal   
