Hoofdtekst
Ik ben eens een keer van Voerendaal naar het Hoenshuis gegaan. Het was tegen 'n uur of elf 's-avonds. Ik had de hele weg niks gezien, niets gezien, maar plotseling stond zo 'n grote hond naast me. (hier wees de verteller een abnormale hoogte van een hond aan) Het was een zwarte hond en hij liep zo voor mij door. Ik wist niet meer of ik pet of een hoed op had of wat ook, zo was ik geschrokken.
Ik had vaker van deze hond horen vertellen en daardoor zal het ook wel zijn gekomen dat ik hem heb gezien.
Dat was een hond, ja men zeide er "der sjtoephond" tegen.
------------
vraag opn. : U hebt verder geen last van de hond gehad?
antw. vert. : neen, hij had me niks gedaan.
vraag opn. : hebt U hem nog eens ontmoet?
antw. vert. : neen, na die keer niet meer.
-----------------
plaats van handeling: Voerendaal.
Ik had vaker van deze hond horen vertellen en daardoor zal het ook wel zijn gekomen dat ik hem heb gezien.
Dat was een hond, ja men zeide er "der sjtoephond" tegen.
------------
vraag opn. : U hebt verder geen last van de hond gehad?
antw. vert. : neen, hij had me niks gedaan.
vraag opn. : hebt U hem nog eens ontmoet?
antw. vert. : neen, na die keer niet meer.
-----------------
plaats van handeling: Voerendaal.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Ontmoeting met grote zwarte hond die meeloopt.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 4, verhaal 10 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: VERSLAG No 16.
Naam Overig in Tekst
Hoenshuis   
Naam Locatie in Tekst
Voerendaal   
Plaats van Handelen
Voerendaal   
