Hoofdtekst
Op het Nieuwe-Huis, dat is bij Nuth, bij Grijzegrubben, daar woonde toentertijd, een tachtig jaar geleden, daar woonde zo'n boer en die had een knecht.
Als de boer nu een nieuwe knecht kreeg liep deze hem geregeld weg. Die oude knecht hield hij maar de nieuwe liep altijd weg. Had die nooit geen knechten daar.
Nu had hij weer op zekere keer,..... had hij weer een nieuwe gekregen en toen zei die jongen tegen de baas de andere dag: Baas, zegt hij, ik blijf hier niet!
Waarom, zegt de baas.
Ja, zegt hij, ik houd het niet uit, zegt hij. De eerste knecht is altijd om twaalf uur 's-nachts weg en dan altijd een spektakel en een gerammels, zegt hij. En dan springt hij gewoonlijk over de halve deur van de paardenstal, zegt hij, en dan is het niet meer om uit te houden, zegt hij. En het 's-morgens komt hij weer naar binnen, zegt hij, hals over kop over die deur en dan legt hij zich weer in het bed. Ik blijf hier niet meer, zegt hij.
Toen zegt de baas tegen die jongen: Ga nu nog eens rustig slapen, vannacht ga ik eens opletten.
En de baas ging in een gang zitten waar die langs moest komen,
En om twaalf uur, zoals de jongen het verteld had, kwam de eerste knecht hals over kop over die deur uit met een kalfsvel omhangen, de weide in en die man hem toen achterna gaan kijken.............
Néén,!.... dat kalfsvel had hij in de weide in een holle boom verstopt, toen had hij het zich gepakt........ Zó was het gegaan, hè!!
Toen er op uit.
En toen was hij ongeveer tot de morgen weg geweest en toen kwam hij weer terug. Hij duwde toen dat vel weer in een holle boom en toen ging hij weer slapen.
" Oh"
Oh, dacht de boer, ik zal je wel krijgen vriend, hè.
En de andere dag stuurde de boer hem met een koppel paarden naar het veld, naar het verst gelegen land dat hij bezat, dat was ongeveer tien minuten tot een kwartier ver, hè.
En toen moest de boer bakken. Toen dacht die....wacht! Als je nu de oven stookt dan haal je dat vel uit de boom en dan...... dan verbrandt je dat. En zo gezegd zo gedaan.
Maar op het ogenblik dat hij dat kalfsvel, dat hij dat vel in de oven duwde, hè, stond de knecht reeds naast hem... uit het veld...., zo automatisch, hè, van alleen!!....
En de boer heeft toen met die knecht moeten vechten wat hij waard was, met hem, wat hij sterk was, opdat die zich dat vel niet uit de oven haalde.
En toen het vel totaal verbrand was, toen was de jongen kalm. Toen was alles van hem af, was alles gedaan en toen kon de boer weer knechten houden.
.............................
plaats van handeling: Nuth
vraag opn. : wie heeft U dit verhaal verteld?
antw. vert. : mijn vader z.g.
vraag opn. : waarom hing de knecht zich dat vel om?
antw. vert. : die kerel was blijkbaar bezeten, trok als weerwolf er op uit en
wie weet wat meer!
Als de boer nu een nieuwe knecht kreeg liep deze hem geregeld weg. Die oude knecht hield hij maar de nieuwe liep altijd weg. Had die nooit geen knechten daar.
Nu had hij weer op zekere keer,..... had hij weer een nieuwe gekregen en toen zei die jongen tegen de baas de andere dag: Baas, zegt hij, ik blijf hier niet!
Waarom, zegt de baas.
Ja, zegt hij, ik houd het niet uit, zegt hij. De eerste knecht is altijd om twaalf uur 's-nachts weg en dan altijd een spektakel en een gerammels, zegt hij. En dan springt hij gewoonlijk over de halve deur van de paardenstal, zegt hij, en dan is het niet meer om uit te houden, zegt hij. En het 's-morgens komt hij weer naar binnen, zegt hij, hals over kop over die deur en dan legt hij zich weer in het bed. Ik blijf hier niet meer, zegt hij.
Toen zegt de baas tegen die jongen: Ga nu nog eens rustig slapen, vannacht ga ik eens opletten.
En de baas ging in een gang zitten waar die langs moest komen,
En om twaalf uur, zoals de jongen het verteld had, kwam de eerste knecht hals over kop over die deur uit met een kalfsvel omhangen, de weide in en die man hem toen achterna gaan kijken.............
Néén,!.... dat kalfsvel had hij in de weide in een holle boom verstopt, toen had hij het zich gepakt........ Zó was het gegaan, hè!!
Toen er op uit.
En toen was hij ongeveer tot de morgen weg geweest en toen kwam hij weer terug. Hij duwde toen dat vel weer in een holle boom en toen ging hij weer slapen.
" Oh"
Oh, dacht de boer, ik zal je wel krijgen vriend, hè.
En de andere dag stuurde de boer hem met een koppel paarden naar het veld, naar het verst gelegen land dat hij bezat, dat was ongeveer tien minuten tot een kwartier ver, hè.
En toen moest de boer bakken. Toen dacht die....wacht! Als je nu de oven stookt dan haal je dat vel uit de boom en dan...... dan verbrandt je dat. En zo gezegd zo gedaan.
Maar op het ogenblik dat hij dat kalfsvel, dat hij dat vel in de oven duwde, hè, stond de knecht reeds naast hem... uit het veld...., zo automatisch, hè, van alleen!!....
En de boer heeft toen met die knecht moeten vechten wat hij waard was, met hem, wat hij sterk was, opdat die zich dat vel niet uit de oven haalde.
En toen het vel totaal verbrand was, toen was de jongen kalm. Toen was alles van hem af, was alles gedaan en toen kon de boer weer knechten houden.
.............................
plaats van handeling: Nuth
vraag opn. : wie heeft U dit verhaal verteld?
antw. vert. : mijn vader z.g.
vraag opn. : waarom hing de knecht zich dat vel om?
antw. vert. : die kerel was blijkbaar bezeten, trok als weerwolf er op uit en
wie weet wat meer!
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Man moet 's nachts met dierenvel om voor weerwolf spelen; na verbranden vel is macht gebroken.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 12, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: m.n. 51
Naam Overig in Tekst
Nieuwe-Huis   
Naam Locatie in Tekst
Nuth   
Grijzegrubben   
Plaats van Handelen
Nuth   
