Hoofdtekst
Daar was in Sint Jans-Geleen, hè, daar was ook een boer, hè.
Nou die boer die had vruchten gemaaid in het veld, hè. En toen zegt hij tegen zijn knechten, 's-middags toen ze aan 't eten waren: Jongens het gaat regenen, zouden wij niet eens even naar het veld gaan? Want alles lag nog los in het veld, de schoven moesten nog allemaal gebonden en op hopen gezet worden. Toen zei de eerste paardenknecht: blijven jullie maar eten ik ga wel even naar het veld, ik zorg wel voor alles.
En toen ging hij naar het veld, bond een schoof en zette deze op een hoek van de akker rechtop. Toen zei hij: allemaal zo!!!! En toen stond alles zo.
Toen zei de boer: hoe heb je dat zo klaargespeeld?
Dat is in orde, zegt hij, U hoeft niet te gaan kijken, zegthij. Ik heb mijn mensen wel.
In die oogsttijd toen was weer dezelfde grap.
Toen was hij met vier paarden en een wagen, was hij het graan binnen aan 't halen, wa.
Toen had de baas gezegd......
Toen had hij gezegd, dat hij alleen ging, hij wilde niemand mee.
Toen waren ze op de schuur met 'n man of vier-vijf en die konden de knecht niet bijhouden.
Hoe kan dat nou, zegt de boer, dat jij zo vlug hier bent met de wagen?
Oh, zegt hij, trekt U zich daar niks van aan, zegt hij. Laat mij maar rijden, zegt hij, zorgen jullie maar dat het op de plaats komt.
En toen ging de boer hem eens nakijken en inplaats dat die knecht omreed, waar hij rijden moest en dat hij een kwartier achter moest blijven, hè, enkel en alleen al om te rijden, reed die knech gewoon alsof het niks was met een wagen en vier paarden door de beek, recht door de beek alsof het niks was, hè. Het laden geschiedde dito, onverklaarbaar!
------------------
plaats van handeling: St. Jans-Geleen.
vraag opn. : hebt U dit verhaal ook van Uw vader gehoord?
antw. vert. : ja, dit heb ik ook van mijn vader.
Nou die boer die had vruchten gemaaid in het veld, hè. En toen zegt hij tegen zijn knechten, 's-middags toen ze aan 't eten waren: Jongens het gaat regenen, zouden wij niet eens even naar het veld gaan? Want alles lag nog los in het veld, de schoven moesten nog allemaal gebonden en op hopen gezet worden. Toen zei de eerste paardenknecht: blijven jullie maar eten ik ga wel even naar het veld, ik zorg wel voor alles.
En toen ging hij naar het veld, bond een schoof en zette deze op een hoek van de akker rechtop. Toen zei hij: allemaal zo!!!! En toen stond alles zo.
Toen zei de boer: hoe heb je dat zo klaargespeeld?
Dat is in orde, zegt hij, U hoeft niet te gaan kijken, zegthij. Ik heb mijn mensen wel.
In die oogsttijd toen was weer dezelfde grap.
Toen was hij met vier paarden en een wagen, was hij het graan binnen aan 't halen, wa.
Toen had de baas gezegd......
Toen had hij gezegd, dat hij alleen ging, hij wilde niemand mee.
Toen waren ze op de schuur met 'n man of vier-vijf en die konden de knecht niet bijhouden.
Hoe kan dat nou, zegt de boer, dat jij zo vlug hier bent met de wagen?
Oh, zegt hij, trekt U zich daar niks van aan, zegt hij. Laat mij maar rijden, zegt hij, zorgen jullie maar dat het op de plaats komt.
En toen ging de boer hem eens nakijken en inplaats dat die knecht omreed, waar hij rijden moest en dat hij een kwartier achter moest blijven, hè, enkel en alleen al om te rijden, reed die knech gewoon alsof het niks was met een wagen en vier paarden door de beek, recht door de beek alsof het niks was, hè. Het laden geschiedde dito, onverklaarbaar!
------------------
plaats van handeling: St. Jans-Geleen.
vraag opn. : hebt U dit verhaal ook van Uw vader gehoord?
antw. vert. : ja, dit heb ik ook van mijn vader.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Knecht laat met spreuk het werk doen, rijdt met paard en wagen door het water.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 12, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: m.n. 52.
Naam Locatie in Tekst
Sint Jans-Geleen   
Plaats van Handelen
Sint Jans-Geleen   
