Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BROUWERS002203

Een sage (mondeling), van woensdag 19 september 1962 t/m maandag 10 september 1962

Hoofdtekst

Zoals U zich wellicht nog uit de geschiedenis herinnert, zijn de Noormannen ook in ons gewest geweest.
Inderdaad!
Nu, goed dan.
Die kwamen, weet U wel, met van die platte schepen waarvan de boeg met draken etc. versierd waren. Overal luidde de kerkklok en baden de mensen "van het kwaad der Noormannen, verlos ons Heer." Het had echter niet mogen baten. De indringers brachten hun schepen langs de kant, gingen aan land en begonnen te moorden en brand te stichten. De mensen sloegen op de vlucht, zochten beschutting in het bos of holen. In wat er nog recht stond, nestelden zich de Noormannen.
Allen waren gevlucht, behalve een, nl. de kluizenaar Reinbrecht. Hij bleef waar hij was en week niet. Waarom zou hij ook vluchten? In het kot dat hij bewoonde, trok toch niemand in.
Op zekere dag was Reinbrecht langs de weg, toen hij een paard hoorde aankomen. Hij dacht natuurlijk niks anders, dan dat het iemand van die bende moest zijn. En zo was het ook.
De Noorman hield het paard stil en brulde op de kluizenaar: "Buig je hoofd, Christenhond, voor de machtige Noorman!"
Maar de kluizenaar die diep godsvruchtig was, zei niks, stond kaarsrecht en keek de bruut recht in de ogen. Dit beviel de Noorman helemaal niet, hij nam de karwats en sloeg Reinbrecht er mee in 't gezicht terwijl hij brulde: Buig, hond, ga op de knieën zitten."
De kluizenaar verroerde geen vin. Het bloed, door de karwats, liep hem over zijn gezicht. Hij zei echter niks en keek de kerel maar aan, strak aan. Toen werd de kerel woest. Hij sloeg een dik touw om de kluizenaar, gaf het paard de sporen en sleepte de arme Reinbrecht over de weg mee. De kluizenaar hield zo goed als hij kon, de handen voor het bloedend gezicht en wachtte vol pijnen en in een diep Godsvertrouwen, de dood af.
Plotseling brak het koord. De Noorman rende door op zijn ros. Daar lag nu de kluizenaar bewusteloos midden op de weg. Later toen hij een beetje tot bewustzijn was gekomen kroop hij zo goed als het ging naar de berm aan de kant. Vrij maar vol pijn. Hij probeerde zich te herinneren wat er gebeurd was. Langzaam drong alles tot hem door. Strompelend en kruipend begaf hij zich op weg naar huis, nadat eerst een uit het bos sluipende boer hem van zijn touwen had bevrijd en de wonden zo goed mogelijk had verzorgd. Ja en de boer ging met hem mee, hielp hem wat hij kon.
Niet ver hadden ze gelopen toen Reinbrecht gekerm waarnam. Ze stonden even stil, gingen weer verder en in een bocht vonden ze de Noorman die de arme kluizenaar zoveel leed bezorgd had.
Reinbrecht bekeek de Noorman en de Viking bekeek hem.
De boer schudde verontwaardigd het hoofd en zei: "Noorman en kluizenaar!"
"Om Jezus minne", sprak Reinbrecht, "help mij."
Met wat takken en twijgen maakten ze een draagbaar en brachten daarmee de Noorman naar de hut van de kluizenaar.
Reinbrecht bracht de eerste nachten wakend bij de indringer door. Zelf nog vol pijnen hield hij de wacht bij de boosdoener en verzorgde hem met de grootste liefde. Alles wat in zijn vermogen lag, deed hij voor hem, en hijzelf was toch ook nog lang niet genezen. Dit ook zag de vreemdeling en kon zich niet indenken waarom de kluizenaar dat alles deed.
Eindelijk kwam dan de vraag aan Reinbrech: "Is dit... alles.... om.... Jezus minne?"
"Ja", antwoorde de kluizenaar.
De Noorman sloeg de ogen neer en dacht diep na. Hoe was zoiets mogelijk?
Na enkele dagen zei de vreemdeling tegen Reinbrecht: "Vertel me iets over Jezus minne."
Met al zijn goedheid in de ogen keek de kluizenaar hem aan, nam de handen van de Noorman in de zijne en sprak: "Broeder...."
De Noorman kon zijn tranen niet meer bedwingen en liet ze rustig over zijn wangen vloeien. Dit ziende, werd het Reinbrecht ook te machtig en huilde net zo intens en zacht als de Noorman.
Na verschillende weken verliet de Noorman het kot van Reinbrecht, na helemaal genezen te zijn van het ongeluk. De kluizenaar bracht hem tot buiten aan de deur, en, als twee gebroeders, zo vol liefde en aanhankelijkheid, namen ze afscheid.
Van de wilde Noorman was niets meer over, hij was nu zo tam als een lam.

Beschrijving

Door Noorman mishandelde Christelijke kluizenaar verzorgt dezelfde Noorman als hij gewond is geraakt.

Bron

Collectie Brouwers, verslag 22, verhaal 3 (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

Brouwers: m.n. 93

Naam Overig in Tekst

Noormannen    Noormannen   

Heer    Heer   

Reinbrecht    Reinbrecht   

Noorman    Noorman   

Christenhond    Christenhond   

Viking    Viking   

Jezus    Jezus