Hoofdtekst
Ja, die....., die....
Er was een boer, dat was een zeer dom mens, iemand.... die ging het niet te goed. Die was arm en enfin, geldzorgen etc. etc. En op zekere keer was hij in 't veld aan 't werk en toen kwam de duivel en toen zegt die: Ja man, jij hebt pech, je weet niet meer van welk hout je pinnen moet maken; maar ik wil je helpen want ik ken alles.
Ja, zegt de boer, dat geloof ik niet dat jij alles kent!
Nu, zegt de duivel, als ik je zeg dat ik alles ken dan ken en kan ik alles!
Ja, zegt de boer, maar dat geloof ik toch niet dat je alles kent.
Nu, zegt de duivel, dan wedt maar met mij als ik niet alles ken. Dan wedden we om je ziel en als jij het wint, dan mag je de ziel houden, maar als ik alles voor je in orde maak dan moet je mij de ziel geven.
Ja, zegt de boer, dat is goed..........
En, zegt de duivel, om je nu te bewijzen, zegt hij, dat ik alles kan ben je nu van alle geldzorgen af. Ik zal je nu reeds om te beginnen uit de nood helpen.
Enfin, die man die ging naar huis en 't zaakje ging hoe langer hoe beter. De zaak ging goed en, enfin, hij kon zich hier al eens een stukje land kopen en, werkelijk het ging prima.
Toen was hij weer eens in 't veld, toen kwam de duivel. En, zegt hij, man, heb ik je niet goed geholpen? zegt hij. Je bent toch nu al min of meer uit de geldzorgen, enne....., zegt hij, nu zullen we nu wedden dat ik...... omdat ik je nu bewezen heb dat ik alles kan, zegt hij, kan ik ook dat overige dat jij van mij wil verlangen.
Ja, dat is goed, zegt die boer, dat is zo, je hebt me werkelijk goed geholpen en ik ben inderdaad een beetje er bovenop gekomen.
Nu, zegt de duivel, dan zullen we nu wedden voor je ziel. Dan geef je mij iets op en als ik 't niet kan dan is de ziel weer voor jou, zegt hij, en anders is ze voor mij!
't Is goed, zegt de boer. Weet je wat je dan doet?
Ja, zegt de duivel, zeg maar, ik doe het.
Nou, zegt hij, dan ga me eens een "sjlaagskar" (= een opkipbare, tweewielige paardenkar) levende kikkers laden.
Ja,....... Toen hoorde de duivel dat dan en toen moest hij toch toegeven dat hij dat niet klaar kon krijgen. Want een kar levende kikkers, als hij er vijf er in had dan sprongen hem die andere vier er weer van af, begrijpt U! Ja, en toen was....... toen stond de duivel schaakmat en heeft dus de ziel van de boer niet te pakken kunnen krijgen.
-------------
plaats van handeling: Brunssum.
vraag opn. : van wie hebt U dit verhaal?
antw. vert. : van mijn vader z.g.
vraag opn. : als ik het verhaal goed begrepen heb dan is de kern hiervan: de Almacht en de onmacht.
antw. vert. : ja, dat kan, mijn vader z.g. zei dat 't zich hier in vroeger
jaren had afgespeeld.
Er was een boer, dat was een zeer dom mens, iemand.... die ging het niet te goed. Die was arm en enfin, geldzorgen etc. etc. En op zekere keer was hij in 't veld aan 't werk en toen kwam de duivel en toen zegt die: Ja man, jij hebt pech, je weet niet meer van welk hout je pinnen moet maken; maar ik wil je helpen want ik ken alles.
Ja, zegt de boer, dat geloof ik niet dat jij alles kent!
Nu, zegt de duivel, als ik je zeg dat ik alles ken dan ken en kan ik alles!
Ja, zegt de boer, maar dat geloof ik toch niet dat je alles kent.
Nu, zegt de duivel, dan wedt maar met mij als ik niet alles ken. Dan wedden we om je ziel en als jij het wint, dan mag je de ziel houden, maar als ik alles voor je in orde maak dan moet je mij de ziel geven.
Ja, zegt de boer, dat is goed..........
En, zegt de duivel, om je nu te bewijzen, zegt hij, dat ik alles kan ben je nu van alle geldzorgen af. Ik zal je nu reeds om te beginnen uit de nood helpen.
Enfin, die man die ging naar huis en 't zaakje ging hoe langer hoe beter. De zaak ging goed en, enfin, hij kon zich hier al eens een stukje land kopen en, werkelijk het ging prima.
Toen was hij weer eens in 't veld, toen kwam de duivel. En, zegt hij, man, heb ik je niet goed geholpen? zegt hij. Je bent toch nu al min of meer uit de geldzorgen, enne....., zegt hij, nu zullen we nu wedden dat ik...... omdat ik je nu bewezen heb dat ik alles kan, zegt hij, kan ik ook dat overige dat jij van mij wil verlangen.
Ja, dat is goed, zegt die boer, dat is zo, je hebt me werkelijk goed geholpen en ik ben inderdaad een beetje er bovenop gekomen.
Nu, zegt de duivel, dan zullen we nu wedden voor je ziel. Dan geef je mij iets op en als ik 't niet kan dan is de ziel weer voor jou, zegt hij, en anders is ze voor mij!
't Is goed, zegt de boer. Weet je wat je dan doet?
Ja, zegt de duivel, zeg maar, ik doe het.
Nou, zegt hij, dan ga me eens een "sjlaagskar" (= een opkipbare, tweewielige paardenkar) levende kikkers laden.
Ja,....... Toen hoorde de duivel dat dan en toen moest hij toch toegeven dat hij dat niet klaar kon krijgen. Want een kar levende kikkers, als hij er vijf er in had dan sprongen hem die andere vier er weer van af, begrijpt U! Ja, en toen was....... toen stond de duivel schaakmat en heeft dus de ziel van de boer niet te pakken kunnen krijgen.
-------------
plaats van handeling: Brunssum.
vraag opn. : van wie hebt U dit verhaal?
antw. vert. : van mijn vader z.g.
vraag opn. : als ik het verhaal goed begrepen heb dan is de kern hiervan: de Almacht en de onmacht.
antw. vert. : ja, dat kan, mijn vader z.g. zei dat 't zich hier in vroeger
jaren had afgespeeld.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Weddenschap met duivel om ziel. Man krijgt ziel terug als duivel geen kar met levende kikkers kan laden.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 23, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: m.n. 94
Plaats van Handelen
Brunssum   
