Hoofdtekst
Vroeger had men ook van die awvermannekens, dat zeiden er tegen.
En toen hadden ze veel koper en tin. Tin hadden ze heel veel en dan werd dat vuil en dat werd ook heel veel gebruikt vroeger, nu staat dat meer op de kast en op de schoorsteen, zal ik maar zeggen. En de mensen zetten dat s'nachts buiten of lieten de deur open, lieten in die pannen en potten wat eten en dan kwamen de kabouterkens, dan aten die dat op en als ze dan goed gegeten hadden dan poetsten zij die spullen.
Die kabouterkens zaten op "Bokkenhööfke", 't kasteeltje zeggen ze nu er tegen wij zeiden vroeger altijd "Bokkenhööfke". Daar hebben vroeger ook de Bokkenrijders gezeten, daar heb ik hem vroeger vaker horen over vertellen, maar hoe dat nu weer precies in elkaar zat met die daar, dat moet ik mij...... daar moet ik mij nog eens moet ik nog eens over nadenken.
Maar die awvermannekens, ja...... of..... ja toch...... toch moeten die bestaan hebben, toch willen ze dat beweren.
plaats van handeling: Schimmert
vr. Hoe zagen die mannekens er uit?
a. Ja, dat moet zoiets als de kabouters zijn geweest.
vr. Kwamen die mannekens regelmatig?
a . Die bleven komen, maar men moest niet proberen hen te plagen dan kwamen ze niet meer.
En toen hadden ze veel koper en tin. Tin hadden ze heel veel en dan werd dat vuil en dat werd ook heel veel gebruikt vroeger, nu staat dat meer op de kast en op de schoorsteen, zal ik maar zeggen. En de mensen zetten dat s'nachts buiten of lieten de deur open, lieten in die pannen en potten wat eten en dan kwamen de kabouterkens, dan aten die dat op en als ze dan goed gegeten hadden dan poetsten zij die spullen.
Die kabouterkens zaten op "Bokkenhööfke", 't kasteeltje zeggen ze nu er tegen wij zeiden vroeger altijd "Bokkenhööfke". Daar hebben vroeger ook de Bokkenrijders gezeten, daar heb ik hem vroeger vaker horen over vertellen, maar hoe dat nu weer precies in elkaar zat met die daar, dat moet ik mij...... daar moet ik mij nog eens moet ik nog eens over nadenken.
Maar die awvermannekens, ja...... of..... ja toch...... toch moeten die bestaan hebben, toch willen ze dat beweren.
plaats van handeling: Schimmert
vr. Hoe zagen die mannekens er uit?
a. Ja, dat moet zoiets als de kabouters zijn geweest.
vr. Kwamen die mannekens regelmatig?
a . Die bleven komen, maar men moest niet proberen hen te plagen dan kwamen ze niet meer.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
SINSAG 0103 - Zwerge ziehen aus anderen Gründen fort   
Beschrijving
's Nachts poetsen kabouters koper en tin in ruil voor eten; komen niet meer als ze worden geplaagd.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 25, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Bokkenhööfke   
Bokkenrijders   
Plaats van Handelen
Schimmert   
