Hoofdtekst
M: Theo Meder
M: "Toen ik u laatst aan de telefoon had, zei u al iets over dokter Bakker. Kunt u dat nog eens vertellen?"
G: "Op 13 april 1910 was het dokter Bakker die mij op de wereld zette. En dat is dus wat ik van dokter Bakker weet. En wat kan ik me nu herinneren van dokter Bakker? Ik denk dat ik een jaar of tien was, dat hij geen dokter meer was. En in mijn prille kinderjaren is hij één keer bij me geweest. Toen had ik difterie, en dat was nogal ernstig. Toen moest hij met een lepel in mijn keel kijken. En dergelijke dingen blijven bij een kind hangen, want dat was een beetje om bang van te worden. En wat ik voorts van dokter Bakker weet; dat hij dus oprichter was van de Noordhollandse vereniging Het Witte Kruis, wat nu Het Groene Kruis heet. Maar dokter Bakker was de oprichter. En wat ik overigens van hem weet is dat het een zéér bekwaam huisarts was, zéér geliefd bij de mensen, en in het bijzonder... In die tijd waren er nog mensen die het arm hadden. We spreken dan over - laten we zeggen - 1920 naar '30. Dan kon het gebeuren dat 'ie een vrouw een kind op de wereld gezet had, en dat dat mens geen geld had. Dan werd er niet meer over gesproken. Dan zei 'ie: 'O, laat maar zitten.' Dat is historisch, want ik weet dat het gebeurd is. Het was een sociaalvoelend mens. Een bèste kerel. Ja. En dat 'ie één dochter had. En die ene dochter die trouwde met professor Rümke. Die dochter die heeft nog een klein boekje geschreven over haar belevenissen, maar dat is u wel bekend."
M: "Dat heb ik gelezen, ja."
G: "Dat is hetgeen wat ik van dokter Bakker weet. En dat het toen anders was als nu. Ik heb ook de oorlog meegemaakt, en toen herhaalde zich dat. Onze dokter had ook Holysloot, Zuiderwou, Uitdam in zijn praktijk. En de dokter die had af en toe een rijtuigie. Dat huurde 'nie om hem te brengen waar hij zijn moest, maar ook een bootje, een zogenaamde jol, met een speciale man die hem roeide naar Holysloot, Uitdam, Zuiderwou. Want dat kon je over de weg... was het een hele grote rit, via via. En over water was het korter, dus hij ging met het jolletje. Ja, dat is dus wat ik over dokter Bakker weet."
M: "Weet u toevallig nog de naam van de man die hem roeide?"
G: "Ja. Dat was Gerrit Lodder."
M: "Gerrit Lodder? En dat was een Broeker ook?"
G: "Dat was een Broeker."
M: "Dus als dokter Bakker naar Uitdam en Zuiderwoude moest - dat moest 'ie op een dag om daar zijn praktijk uit te oefenen - dan werd 'ie geroeid door Gerrit Lodder?"
G: "Gerrit Lodder die roeide 'm."
M: "Juist. Maar als er nou een spoedgeval was, in Zuiderwoude of in Uitdam, dan kwamen ze 'm halen..."
G: "Gebeurde ook."
M: "En dan was het niét Gerrit Lodder die roeide..."
G: "Hoe dat precies ging, weet ik niet, maar ik veronderstel dat er misschien ook nog boeren waren die een rijtuig hadden, die hem halen zouden. Maar dat weet ik niet met zekerheid... Zijn opvolger was dokter Parree."
M: "U vertelde dat u difterie had gekregen. Dat was een epidemie op dat moment in Broek?"
G: "Dat denk ik, want er stond een papier an [wijst op de deur] dat ik difterie had: een besmettelijke ziekte. Maar dat weet ik voor de rest niet. Ik weet het meer van de overlevering dat ik het gehad heb."
M: "Ja ja. U weet ook niet of u nog een prik heeft gehad?"
G: "Nee, dat weet ik niet meer. Ik weet alleen dat de dokter met die steel van de lepel in m'n keel ging om te kijken hoe erg het was."
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Cornelis Bakker   
Witte Kruis   
Groene Kruis   
Rümke   
Gerrit Lodder   
Broeker   
Parree   
Naam Locatie in Tekst
Noord-Holland   
Holysloot   
Zuiderwoude   
Uitdam   
Broek in Waterland   
