Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PGROOT02

Een personal narrative (mondeling), donderdag 28 november 1996

150.jpg

Hoofdtekst

G: meneer Groot
M: Theo Meder

M: "Toen ik u de eerste keer belde, vroeg ik naar verhaaltjes. Toen zei u: 'Nou, ik kan wel wat verhaaltjes vertellen'. Maar naderhand kwam u daar toch weer op terug. Toen dacht u: dat zijn waarschijnlijk toch niet de verhaaltjes die ik zoek."
G: "Nee, dat dacht ik ja... De streken die mijn grootvader uithaalde... Daar ken ik wel een verhaaltje van vertellen, maar... D'r was hier een rijksveldwachter. Dat was de heer Pater."
M: "Pater."
G: "Pater. Niet van Neeltje Pater, maar waarschijnlijk wel in die familie. Dat was de rijksveldwachter, en dat noemden ze toen een koddebeier. En die koddebeier, die zag erop toe dat er... (Niét of de jongens de muur volkladden, want dat deden ze toen niet; niét dat er in de supermarkt gestolen werd, want dat deden ze toen niet. Ik herinner me uit mijn jeugd dat hier een vrouw was - toen liep ik op school - en die vrouw die had iets in een winkel gepikt. Dat was het dorpsschandaal van dat jaar. Ik zeg altijd tegen mijn kleinkinderen: de moraal is hard achteruit gegaan. Want dat zag je tóen als een ernstig misdrijf! Die vrouw die had gestolen. En niet om het op de grote hoop te zetten; dat ze nog meer geld hebben wou. Maar omdat de mensen toen plat gezegd verrekten van armoe. En zo gebeurde dat. Maar het was wel een schandaal...) Mijn grootvader, dat was dus geen dief, maar hij overtrad wel de wet. Hij woonde op Overleek, het gehucht tussen Broek en Monnikendam. En hij was clandestien in het bezit van een jachtgeweer. En die koddebeier, die moest daar op letten, dat er geen stropers zijn. En die koddebeier, die had een jolletje, en die roeide de omgeving door, óók langs Overleek naar Ilpendam. En mijn grootvader die wist dat en die zag hem komen, want die woonde op dat vlakke veld. En als er iemand van Broek af roeien komt, dan zie je het. En dan zag 'ie hem komen, en dan lag 'ie z'n jachtgeweer tegen het raam door en dan deed 'ie: BOEM, BOEM. En een tijdje later zag Pater hem. Dan zei m'n grootvader: 'Ik heb ook horen schieten, maar waar die kerel nou zit, dat mag Joost weten! Maar ik heb het wel gehoord,' zei 'ie. Dat was een vertelling van mijn grootvader, maar 't is ook historisch."
M: "Ja. Dus hij vertelde dat aan... waarschijnlijk zijn kinderen..."
G: "Om die veldwachter op stang te jagen."
M: "Ja ja ja. Maar dat heeft 'ie dus zelf gedaan ook?"
G: "Hij had ondeugende streken, m'n grootvader. Ja. Maar die woonde dus op Overleek. U wou wat van het boerenleven weten..."
M: "Ja ook. Maar ook dit soort verhaaltjes vind ik wel interessant. Mag ik nog even doorvragen? Hoe heeft u dat verhaal nou gehoord? Heeft uw grootvader dat zelf aan u verteld?"
G: "Mijn grootvader was 27 februari jarig. En dan werden er een stel kleinkinderen hier uit de buurt 's avonds uitgenodigd om opa te komen feliciteren. En dan zaten we bij mekaar. Mijn grootvader die was lichtelijk hartpatiënt; hij had het een beetje aan zijn hart - niet ernstig, maar eh... Hij zei altijd: 'Ik heb last van hartwater, jongen'. Nou ja. Maar dientengevolge had de dokter gezegd: 'Je moet niet roken'. En pruimen deden de mensen toen ook nog, maar dat was ook slecht, dus dat deed 'ie niet meer. Maar 's zondagsmorgens, toen kwam ik altijd dus bij hem, en dan haalde 'ie een sigaar uit 't kissie, en dan stak 'ie die sigaar op, en dan liet 'ie de rook door zijn neus komen, en dan zei 'ie: 'Jongen, wat is dat toch lekker'. Want dat was de enige sigaar die 'ie rookte. Maar dat zou ik niet zeggen. Dan kwamen we op zijn verjaardag bij malkander an dan zeien we: 'Grootvader, vertel nog eens wat'. En dan ging grootvader op zijn praatstoel zitten en dan vertelde 'ie ons leuke bakken. Maar ja... Eén van de bakken - dat ik altijd fantastisch mooi heb gevonden... Mijn grootvader die heb ook nog op Volendam gewoond, want daar is... zijn vàder woonde op Volendam. Mijn betovergrootvader die kwam van het eiland Schokland."
M: "Schokland."
G: "Ja. In de Zuiderzee. Die had daar waarschijnlijk een of andere negotie, een winkel of wat ook. Dat weet ik niet zeker. Maar in ieder geval was er geen brood meer te verdienen. En voordat de regering zei: 'Ophoepelen allemaal', was m'n [over]grootvader al zo kien dat hij zei: 'Ik zie het hier niet meer zitten. Ik gaan emigreren'. En hij ging naar Volendam. En wat deed 'ie daar? Daar opende 'ie een winkel in scheepsbenodigdheden. Op de dijk in Volendam. Dat zaakie is bepaald goed gelopen. En hij kreeg verschillende kinderen, en d'r was één dochter bij, en die dochter was een jaar of twintig, en toen kreeg ze verkering met een boerenzoon. En dat was het ergste niet, maar die [boeren]dochter die wou wel verkering met hem, maar dan moest ze wel op die boerderij komen, want anders zou ze d'r niet an beginnen. Toen heeft die grootvader een boerderij gekocht op Overleek, en daar is die zoon komen te wonen. Zo is dat gegaan. Maar dat 'ie op Volendam woonde... nee, daar woonde z'n vader. Hij heb op Broek gewoond. Als kind heb hij op Broek gezeten."

Beschrijving

De grootvader van de verteller kon goed moppen en grappige verhaaltjes vertellen. De grootvader had illegaal een jachtgeweer. Als de veldwachter langs kwam roeien om toe te zien of er niet illegaal gejaagd werd, dat schoot de grootvader stiekem zijn geweer af. Als de veldwachter dan kwam kijken, zei de grootvader: "Ik heb ook horen schieten, maar waar die vent nou zit, dat mag Joost weten." De verhalen werden verteld op zijn verjaardag of tijdens bezoekjes op zondag.

Bron

n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)

Commentaar

28 november 1996
Onder Beeld een kleurenfoto van verteller en veehouder Piet Groot.

Naam Overig in Tekst

Neeltje Pater    Neeltje Pater   

Joost    Joost   

Naam Locatie in Tekst

Pater    Pater   

Overleek    Overleek   

Broek in Waterland    Broek in Waterland   

Monnikendam    Monnikendam   

Ilpendam    Ilpendam   

Volendam    Volendam   

Schokland    Schokland   

Zuiderzee    Zuiderzee   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21