Hoofdtekst
G: meneer Groot
M: Theo Meder
G: "Dat zei grootvader. Ja... Een ander verhaal. Mijn grootvader had dus vijf zoons. Daar was mijn vader er één van; dat was de oudste. De jongste twee die hadden nog een vriend en die kwamen vaak bij mekaar. Dat was dus omstreeks 1890, moet je rekenen. Die tijd. D'r was geen radio, en als je dan op een boerderij op Overleek zit... Die boerderijen staan een paar honderd meter uit mekaar. Wat doen die jongens nou? Nou, die jongens die deden bijvoorbeeld dammen, schaken, kaarten. Veel spelen deden ze 's avonds. Maar er werd ook wel eens rottigheid uitgehaald. En honderd meter verder, daar woonde een stel mensen: Griet en Arie. En toen hebben die jongens het in d'r hoofd gehaald... Ze wisten... Bij zo'n boerderij stond twintig meter van het huis af, op de sloot, een klein vierkant huisie met een schuin dakkie. En dat was het toilet. En als je wat moest, dan moest je je naar buiten begeven, om je behoefte te doen. En ze wisten: Grietbuur die ging 's avonds om een uur of half tien, voor ze naar bed ging, altijd even naar het huisje toe. Toen zijn ze een keer 's avonds in het donker d'r heengegaan, en die zijn dat huisie ingegaan, en daar hebben ze met bruine teer een randje op de bril geschilderd. En toen maar wachten. Ze zaten achter de heg. En op het laatst: daar kwam Grietbuur an. De nood was nogal hoog; ze liep op een draffie. En hup, naar de wc. Ze hoorden niet veel, wel wat gemompel, maar ze dachten: we wachten het af. Kijken wat er nou gebeuren gaat. En ja hoor: Grietbuur, met nauwelijks d'r rokken naar beneden, rent naar binnen, komt in de kamer en dat moesten ze zien. Ze zaten achter die heg. En Griet met de billen bloot en Arie die moest die grote zwarte nul van haar derrière vegen. En je begrijpt: als grootvader zo'n verhaal vertelt, dat je dat als jongen prachtig vindt."
M: "Hoe oud was u toen, ongeveer?"
G: "Toen was ik een jaar of tien. Ik was nog schooljongen. Ja..."
M: "Wat was de naam van uw grootvader?"
G: "Jan Groot."
M: "Jan Groot."
M: Theo Meder
G: "Dat zei grootvader. Ja... Een ander verhaal. Mijn grootvader had dus vijf zoons. Daar was mijn vader er één van; dat was de oudste. De jongste twee die hadden nog een vriend en die kwamen vaak bij mekaar. Dat was dus omstreeks 1890, moet je rekenen. Die tijd. D'r was geen radio, en als je dan op een boerderij op Overleek zit... Die boerderijen staan een paar honderd meter uit mekaar. Wat doen die jongens nou? Nou, die jongens die deden bijvoorbeeld dammen, schaken, kaarten. Veel spelen deden ze 's avonds. Maar er werd ook wel eens rottigheid uitgehaald. En honderd meter verder, daar woonde een stel mensen: Griet en Arie. En toen hebben die jongens het in d'r hoofd gehaald... Ze wisten... Bij zo'n boerderij stond twintig meter van het huis af, op de sloot, een klein vierkant huisie met een schuin dakkie. En dat was het toilet. En als je wat moest, dan moest je je naar buiten begeven, om je behoefte te doen. En ze wisten: Grietbuur die ging 's avonds om een uur of half tien, voor ze naar bed ging, altijd even naar het huisje toe. Toen zijn ze een keer 's avonds in het donker d'r heengegaan, en die zijn dat huisie ingegaan, en daar hebben ze met bruine teer een randje op de bril geschilderd. En toen maar wachten. Ze zaten achter de heg. En op het laatst: daar kwam Grietbuur an. De nood was nogal hoog; ze liep op een draffie. En hup, naar de wc. Ze hoorden niet veel, wel wat gemompel, maar ze dachten: we wachten het af. Kijken wat er nou gebeuren gaat. En ja hoor: Grietbuur, met nauwelijks d'r rokken naar beneden, rent naar binnen, komt in de kamer en dat moesten ze zien. Ze zaten achter die heg. En Griet met de billen bloot en Arie die moest die grote zwarte nul van haar derrière vegen. En je begrijpt: als grootvader zo'n verhaal vertelt, dat je dat als jongen prachtig vindt."
M: "Hoe oud was u toen, ongeveer?"
G: "Toen was ik een jaar of tien. Ik was nog schooljongen. Ja..."
M: "Wat was de naam van uw grootvader?"
G: "Jan Groot."
M: "Jan Groot."
Beschrijving
Enkele jongens smeren teer op de bril van de buiten-wc van de buren. Achter de heg wachten ze af wat er gaat gebeuren. De buurvrouw krijgt een grote nul op haar achterwerk, die de buurman er weer af moet poetsen. Dit is een van de verhalen, die de grootvader later weer aan zijn kleinzoon vertelde.
Bron
n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)
Commentaar
28 november 1996
Naam Overig in Tekst
Griet   
Arie   
Grietbuur   
Jan Groot   
Naam Locatie in Tekst
Overleek   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
