Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PGROOT05

Een personal narrative (mondeling), donderdag 28 november 1996

152.jpg

Hoofdtekst

G: meneer Groot
M: Theo Meder

G: "En mijn vader heette ook Jan Groot, en m'n broer was ook Jan Groot... Maar... Dat leven op zo'n boerderij... Waarom ben ik ooit boer geworden? Ik ben hier dus geboren, en ik ging hier naar school. En ik had het grote geluk, dat ik goed leren kon. Ik was een keer of drie achter mekander nummer één van de klas. Dus dat zat wel goed. En mijn vader en moeder die waren niet conservatief. Die gaven gelegenheid om door te leren als ik dat wilde. Maar ik wilde het niet. Ik had maar één ideaal in mijn hoofd en dat was: in de voetstappen van mijn vader gaan op de boerderij. Want je wordt hier geboren, in dít huis, waar 's winters dus dertig koeien in stonden én de familie in woonde. Als je dan als kind hier geboren bent... Dus deze kamer, vanaf die balk, moet u eens indenken: daar zit een deur achter die kast. Dat was de buitendeur. En hier begon een muur: twintig meter verder aan de achterkant, daar eindigde die muur. En dat was stal aan die kant. Ik kan het u ook wel laten zien, want ik heb die boerderij nagebouwd, in het klein. Daar stonden achttien koeien. Aan de achterkant stonden acht koeien. En aan de oostkant stonden veertien koeien met een paard. Dus rondom koeien en in het midden de hooiberg. En als kind kwam je dus, als je hier de kamer uitstapte, dan stond je achter de koeien. En als je naar buiten wilde, ging je via de stal. En als we spelen gingen, dan gingen we in de stal spelen. Want het was een ruime stal, met achter de koeien een grote ruimte waar je goed spelen kon. En een grote hooiberg middenin, waar je in het hooi spelen kon. De buurtkinderen kwamen hierheen in de boerderij spelen."
M: "En waarom vond u het nou zo ideaal om boer te worden? Het werk trok u ook wel aan?"
G: "Het werk trok me aan. Het werk dat m'n vader en m'n broer, dus de oudste... wat die deden, dat vond ik prachtig. En ik had maar één ideaal: als ik van school kwam, dan wilde ik dat ook gaan doen. Ik ben van school gekomen en ogenblikkelijk in de boerderij gestapt."
M: "Dat was de lagere school..."
G: "Enkel de lagere school. Ik was twaalf jaar, toen kwam ik er af, en toen kwam ik in de boerderij. Toen kon ik al een koe melken. En dat gebeurde ook, want dat was toen de gewoonste zaak van de wereld: als een boerenjongen van school af kwam, dan ging 'ie onder de koeien. Daar rekende die vader ook al op, dat 'ie er een hulp bij kreeg. En in mijn geval was het dus zo: mijn vader die vond het wel goed. Maar misschien had 'ie liever gehad dat ik leren ging. Dat ken best gebeuren, maar ik had er geen zin in. Het bloed kruipt waar het niet gaan ken, zegt het spreekwoord. Mijn vader die ging op school in 1880. Die was van 1873. En dat 'ie de lagere school af kwam, toen kreeg 'ie Franse les. Want hij zou onderwijzer worden. En toen heb 'ie twee jaar geleerd, toen kwam 'ie thuis en toen zei 'ie tegen z'n vader: 'Ik stop ermee. Ik wil boer worden'. Toen zei m'n grootvader: 'Pak een stuk gereedschap en ga 't land maar in. Dan ken je meteen aan 't werk'. Dat zat dus bij m'n vader... die zag dat ook niet zitten. En dat schijnt erfelijk te zijn, want ik had het ook niet, en mijn zoon, de jongste zoon, die wou net als ik boer worden. Maar ik heb 'm eigenlijk geprest dat 'ie toch naar de mulo ging. Hoger wilde 'ie nou helemaal niet, maar dan toch in vredesnaam - krijg je tenminste wat. Toen heb 'ie twee jaar op de mulo gezeten. Toen kwam 'ie net als m'n vader thuis en zei: 'Ik stop ermee. Ik wil naar de Landbouwschool in Alkmaar, de Middelbare Landbouwschool; dat wil ik wel. Maar ik ga niet doorleren'. En da's gebeurd ook."
M: "En die is nu ook weer boer?"
G: "Die is ook weer boer geworden op deze boerderij. Die is inmiddels ook al gestopt. Ja... Dat boerenleven dat vond ik prachtig. We hadden een heel klein snippertje weiland, midden in het veld, tussen Broek en Overleek. En daar stond veel riet an. Dat kon je alleen met een bootje bereiken. En daar moest ik ook wel eens heen te werken. En toen ik nog op school liep, toen was m'n ideaal: daar een hutje zetten, een jachtgeweer en een paar fuiken, en vissen en jagen. Da's niet gebeurd, want ik werd dus boer, en met veel plezier. En dat ben ik m'n hele leven lang geweest, met plezier. Daarin heb ik me dus ook uitgeleefd. Ik liep op de Landbouwschool in Purmerend. En de direkteur van die Landbouwschool die zei: 'Jullie zijn de hoop der natie'. En dan zei 'ie: 'Wat jullie vaders opgebouwd hebben aan organisaties op het boerenvlak... Jullie gaan nou naar de Landbouwschool: jullie hebben de plicht om dat in stand te houden en door te zetten'. Dat heb ik me ter harte genomen. En ik zat dus in alle mogelijke boerenorganisaties die er waren, hier op het dorp ook. Ik was voorzitter van het Witte Kruis, voorzitter van de Wijkverpleging, voorzitter van de Fokvereniging enzovoorts enzovoorts. En toen in de vijftiger jaren, toen werd ik gevraagd om dijkgraaf te worden van het hoogheemraadschap Waterland. En daar had ik grote bezwaren tegen. Maar er is zoveel druk op me uitgeoefend... Dat waterschapsbestuur bestaat uit een twintig mensen: hoogingelanden, hoogheemraden en als hoogste dijkgraaf. En ik wilde dat niet, omdat ik een bedrijf had, waar ik nodig was. Het was dus een erebaantje, laat maar zeggen, het was geen baan waar je geld in verdiende. Toen hebben ze zoveel druk op me uitgeoefend, dat ik het tòch gedaan heb. En toen ben ik twaalf jaar dijkgraaf van het hoogheemraadschap Waterland geweest. Dat begon me toch... daar miste ik een betere schoolopleiding. Ik had dus de lagere school en ik had de Landbouwschool gehad, maar te weinig algemene ontwikkeling. Je voelde dat je eigenlijk wat te kort schoot."
M: "Dus u heeft na de lagere school toch nog wel Landbouwschool gedaan? Maar dat heeft u niet afgemaakt?"
G: "Ja."
M: "Wel?"
G: "Het diploma van gehaald. En profijt van gehad. Nou we het toch over het boerenbestaan hebben. Als je op Landbouwschool leert, wat leer je dan? Dan leer je om uit je bedrijf de grootst mogelijke winst te maken. Zoals in ieder bedrijf. Als je een bedrijf hebt, moet je winst maken, anders moet je geen bedrijf beginnen. Ons is dus op de Landbouwschool geleerd op hoe een manier je de meeste winst maken kon. Mijn vader was één van de eerste boeren die kunstmest strooide. Wij hebben dus geleerd om de produktie zo veel mogelijk te maken. Dat ons dat gelukt is, dat bewijst... Ik was mede-oprichter van de Fokvereniging. En de Fokvereniging die heeft ten doel de produktiviteit van de koeien omhoog te brengen. Ik zal het verhaal kort maken. Dat ik begon met die Fokvereniging, toen gaven mijn koeien - dat gaat per lactatie-periode, dus van de tijd dat ze afkalveren totdat ze opnieuw een kalf brengen gaan (dan wordt zo'n koe droog gezet) - dan gaven die koeien zo ongeveer 3000, 3500 liter in zo'n lactatie-periode. Vijf jaar geleden heeft mijn zoon zijn boerderij overgedaan, dat 'ie van mij overgenomen had, en toen gaven zijn koeien 8000 kilo per lactatie-periode! Met een vet-gehalte van 4,5 procent, en dat was bij mij 3,30."
M: "En dat kwam door dat fokprogramma?"
G: "Dus dat komt omdat we goed onderwijs hadden gehad, wat door de regering gestimuleerd is. Mijn zoon heeft dit bedrijf overgenomen en na verloop van een jaar of tien is hij gefuseerd met een andere boer. Toen gingen ze samen een moderne loopstal bouwen. Met subsidie van de overheid, want die was nog steeds bezig om te trachten dit land zo vruchtbaar mogelijk en zo best mogelijk te benutten. Drie jaar later was het zo ver, dat het een probleem geworden was, zoveel bóter als die boeren produceerden!"
M: "En toen is die superheffing gekomen?"
G: "Ja. En dan zeggen mensen die dat niet beleefd hebben en meegemaakt hebben: wat is dat toch stom geweest. Of dat de regering stom geweest is. Ik weet het niet. Als boer was je niet stom. Want ze hebben zoveel kundigheid tentoongespreid, dat ze dat gepresteerd hebben. En dat ze in plaats van... op dit bedrijf werden toen 25 koeien gemolken, en in de tijd dat mijn zoon had overgenomen toen boerde 'ie met 50 koeien op hetzelfde land. Door kunstmest en wat 'ie geleerd heb. En overproduktie. Ik ben misschien een beetje uitgebreid. Maar als je je leven lang boer geweest bent en dit meegemaakt hebt, dan treft het je toch... En dat gaat buiten de boerderij om, maar dat heeft er wel mee te maken: als je dan ziet dat een deel van de wereld omkomt van de honger, en men hier met de overproduktie geen raad weet, dan moeten de mensen die er wèl verstand van hebben, nog een hele hoop doen om dit in het reine te brengen."
M: "Ja, dat geloof ik ook. Nog even terug naar uw opleiding."
G: "U vraagt maar, anders dan praat ik door, en dat moet niet."
M: "Nou, dat mag ook hoor. Dat is zo erg niet. Nog even terug naar uw opleiding. U zei: ik heb lagere school gehad, en toen zei ik toen ik twaalf jaar was: ik wil boer worden. En u zei: daarna heb ik geen opleiding meer gehad. Maar nu vertelt u: Landbouwschool."
G: "Ja ja."
M: "Dat is toch ook een opleiding."
G: "Ja."
M: "Hoe lang duurde die?"
G: "Dat was een tweejarige cursus."
M: "Twee jaar. Dus toen was u veertien, toen u eraf kwam."
G: "Nee. Ik was al drie jaar van school af, toen werd de Landbouwschool in Purmerend opgericht. En met m'n zeventiende jaar, denk ik, ging ik naar de Landbouwschool. Het waren de eerste twee klassen waar de Landbouwschool in Purmerend mee begon. En daar kon je je voor opgeven. Dus ik had me opgegeven en toen werd ik geplaatst in de... ze begonnen met twee klassen, en ik begon in de tweede klas. Hadden ze er een stel uitgezocht, waarvan ze dachten: die kennen het wel an. En ik kwam meteen in de tweede klas. Maar ze hebben toch evengoed nog, ik denk van anderhalf jaar... Twee winters heb ik... Het was driejarig, want ik heb twee winters meegelopen. En ik heb niet in de eerste klas gezeten."

Beschrijving

De verteller kon als kind goed leren, maar is na de lagere school meteen het boerenbedrijf ingegaan. Boer worden, net als zijn vader en zijn oudste broer, was zijn ideaal. De geschiedenis herhaalt zich: ook zijn eigen vader kon goed leren, maar wilde boer worden, en zijn eigen zoon is het hetzelfde vergaan. De verteller is na enkele jaren wel naar de nieuw opgerichte Landbouwschool in Purmerend gegaan. De verteller heeft zijn leven lang met veel plezier als boer gewerkt, en is uiterst actief geweest in het gemeenschapsleven.

Bron

n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)

Commentaar

28 november 1996
Onder Beeld een kleurenfoto van de opengewerkte maquette van de boerderij van veehouder P. Groot.

Naam Overig in Tekst

Jan Groot    Jan Groot   

Frans    Frans   

MULO    MULO   

Witte Kruis    Witte Kruis   

Wijkverpleging    Wijkverpleging   

Fokvereniging    Fokvereniging   

Hoogheemraadschap Waterland    Hoogheemraadschap Waterland   

Naam Locatie in Tekst

Purmerend    Purmerend   

Middelbare Landbouwschool    Middelbare Landbouwschool   

Alkmaar    Alkmaar   

Broek in Waterland    Broek in Waterland   

Overleek    Overleek   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21