Hoofdtekst
- Van Ruymbeke - De Vries uit Nieuw-Namen, Zeeuws-Vlaanderen [gekraak].
- Dan vertelden die mensen over spookgeschiedenissen en toen begonnen ze te vertellen, ik weet ’t van iemand: hij leeft nog, of: hij leeft hier nog, hij woont hier nog. Die vertelde: “Ja, ik was…”, zegt ie eh…eh…, “ik was aan ’t verkeren en ik eh… ja, we hadden een tijd thuis gezeten en we gingen eens wandelen. En ’t was zo op ‘ne winteravond, dus echt ‘ne hele donkere avond, een beetje eh..eh… wind zo, zo’n beetje stormachtig, beetje stormachtig,” zegt ie.
Hij zegt: “ En we wandelen in de...de Dorpsstraat,” hij zegt, “en we praten tegen mekaar en op een meter of vijftien afstand van ons, voor ons, zagen wij een figuur wandelen in een grote zwarte mantel en met ’n kap over ’t hoofd.”
Hij zegt: “En wij stonden stil en wij zeiden: ‘Wie..wie..wie zou dat zijn? Wie zou dat zijn?’
En toen zei, eh… tegen eh… mijn aanstaande die vertelde: ‘Ja, dat kan wel eens een spook zijn, dat is een spook. Als we nu maar thuis waren, want dat is een spook, hè.’”
Hij zegt: “Wij gingen verder….en wij haalden die vrouw in.”
Hij zegt: “En wij zeiden ‘Goeienavond’, maar ze sprak niet.”
Hij zegt: “En ik was daar niks gerust op.”
Hij zegt: “En wij bleven staan en zij bleef ook staan, een tijdje, toen ging ze verder.”
Hij zegt: “Maar, ik moest mijn.. mijn aanstaande naar huis brengen,” hij zegt, “en ineens..,” hij zegt, “werd ik hoe.. bang!”
Hij zegt: “Ik vlieg naar die vrouw, ik trek de kap van d’r.. van d’r hoofd,” hij zegt, “en een bol vier spatte uit mekaar,” hij zegt, “en ze was verdwenen.”
Hij zegt: “En mijn vrouw zag eh.. mijn eh.. mijn aanstaande zag gelijk eh.. lijkbleek.”
Hij zegt: “We zijn naar huis gegaan,” hij zegt, “[..?..] wat gedronken,” zegt, “want dat was goed. Dat moest u anders niet doen, anders dan hield u daar iets van over, waar u later veel spijt van zou hebben.”
Hij zegt: “Zij moest water drinken en ’t was gebeurd.”
Hij zegt: “En we hebben dat verteld en toen zei ôs moeder ook: ‘Ge mocht niet meer zo laat op straat lopen, dat ziet u wel. Dan lopen die spoken rond en ge heb ‘t ‘r nog goed afgebracht.’”
- Dan vertelden die mensen over spookgeschiedenissen en toen begonnen ze te vertellen, ik weet ’t van iemand: hij leeft nog, of: hij leeft hier nog, hij woont hier nog. Die vertelde: “Ja, ik was…”, zegt ie eh…eh…, “ik was aan ’t verkeren en ik eh… ja, we hadden een tijd thuis gezeten en we gingen eens wandelen. En ’t was zo op ‘ne winteravond, dus echt ‘ne hele donkere avond, een beetje eh..eh… wind zo, zo’n beetje stormachtig, beetje stormachtig,” zegt ie.
Hij zegt: “ En we wandelen in de...de Dorpsstraat,” hij zegt, “en we praten tegen mekaar en op een meter of vijftien afstand van ons, voor ons, zagen wij een figuur wandelen in een grote zwarte mantel en met ’n kap over ’t hoofd.”
Hij zegt: “En wij stonden stil en wij zeiden: ‘Wie..wie..wie zou dat zijn? Wie zou dat zijn?’
En toen zei, eh… tegen eh… mijn aanstaande die vertelde: ‘Ja, dat kan wel eens een spook zijn, dat is een spook. Als we nu maar thuis waren, want dat is een spook, hè.’”
Hij zegt: “Wij gingen verder….en wij haalden die vrouw in.”
Hij zegt: “En wij zeiden ‘Goeienavond’, maar ze sprak niet.”
Hij zegt: “En ik was daar niks gerust op.”
Hij zegt: “En wij bleven staan en zij bleef ook staan, een tijdje, toen ging ze verder.”
Hij zegt: “Maar, ik moest mijn.. mijn aanstaande naar huis brengen,” hij zegt, “en ineens..,” hij zegt, “werd ik hoe.. bang!”
Hij zegt: “Ik vlieg naar die vrouw, ik trek de kap van d’r.. van d’r hoofd,” hij zegt, “en een bol vier spatte uit mekaar,” hij zegt, “en ze was verdwenen.”
Hij zegt: “En mijn vrouw zag eh.. mijn eh.. mijn aanstaande zag gelijk eh.. lijkbleek.”
Hij zegt: “We zijn naar huis gegaan,” hij zegt, “[..?..] wat gedronken,” zegt, “want dat was goed. Dat moest u anders niet doen, anders dan hield u daar iets van over, waar u later veel spijt van zou hebben.”
Hij zegt: “Zij moest water drinken en ’t was gebeurd.”
Hij zegt: “En we hebben dat verteld en toen zei ôs moeder ook: ‘Ge mocht niet meer zo laat op straat lopen, dat ziet u wel. Dan lopen die spoken rond en ge heb ‘t ‘r nog goed afgebracht.’”
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Tijdens een avondwandeling ziet een stel een vreemde vrouw met een zwarte mantel om en een kap op. Ze groeten de vrouw, maar zij groet niet terug. De man trekt de kap van de geheimzinnige vrouw af en zij spat uiteen in een bal vuur en is verdwenen.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
Waarschijnlijk op 25-08-1971 uitgezonden op de radio (programma Vonken onder de As).
---
Dit verhaal is ook terug te vinden in het boek "Van duivels, heksen en spoken" (1976) van Hendrik Entjes en Jaap Brand.
---
Dit verhaal is ook terug te vinden in het boek "Van duivels, heksen en spoken" (1976) van Hendrik Entjes en Jaap Brand.
Naam Overig in Tekst
Van Ruymbeke - De Vries   
Naam Locatie in Tekst
Nieuw-Namen   
Zeeuws-Vlaanderen   
Dorpsstraat   
Nieuw Namen   

