Hoofdtekst
Wie met de geschiedenis van het vroegere Staats-Vlaanderen, dat is nu Oost- en West-Zeeuws-Vlaanderen, enigszins bekend is kan weet’n dat zich in de zestiende, zeventiende, achttiende eeuw een reeks veldversterkingen en forten uitstrekte vanaf Zandberg, gemeente Graauw, in het oosten tot aan Sluis in het westen. Zelfs nu nog kunnen hier en daar de overblijfselen daarvan gemakkelijk in het landschap worden teruggevonden.
Geen wonder dat in ouwe volksverhalen af en toe namen opduiken van die fort’n, die herinner’n aan de woelige dagen van weleer. Meestal blijken deze geschiedenissen, doorverteld van ouder op kind, tot verdichtsels te zijn uitgegroeid en omgeven met ’n sfeer van geheimzinnigheid.
Klinkt dan ook helemaal niet vreemd als m’n vertelster in Koewacht Zand vol ontzag me vraagt: “Gij kent misschien ’t fort Ronduute, meneer? Kort bij de Belse grens? Bij de Looisluis? De vorm doarvan kunt ge nog gemakkelijk terugvinden.”
Welnu, toen wij nog kinderen waren heeft ons grootmoeder d’r over ‘nen verhaal verteld da vele ouderen in Koewacht nog ken’n.
Alleen onverschrokkenen dorsten bij avond de stille stiënweg, die d’r omheen voer, te betreden. Want ’t fort stond in ‘ne slechte reuk. Er moet dao bij ’t fort ’nen oud kasteel hebben gestaan, da sinds mensenheugenis is verdwenen, maar waarvan nog onderaardse gangen zouen zijn bewaard gebleven. Daar moet zich daar op een of andere nacht in ’t verre verleed’n ‘ne schrikkelijk drama hebben afgespeeld, waarbij een vrouw, misschien de vrouw van de kasteelheer, ‘ne gruwelijke rol he gespeeld.
In die nacht moet ’t kasteel tot d’n grond toe zijn afgebrand en de vrouw en vele anderen d’n dood hebben gevonden. Mijn grootmoeder wist te vertellen dat de ziel van deze vrouw tot d’ eeuwige verdoemenis werd veroordeeld en ze pas rust zal krijgen as aan één voorwaarde zal zijn voldaan. Daar moet zich namelijk in één van die onderaardse gewelven ‘nen ijzeren koffer bevind’n, gevuld met onvoorstelbare schatten aan goud en juwelen.
Op deze koffer echter ligt volgens het volksgeloof in die dagen waarover grootmoeder sprak, dat is dan zo achttienvijftig, achttienzestig, ‘ne leeuw mee ‘ne gouwe sleutel in zijne muil, en zal degene die die sleutel uit de leeuwenmuil durft te nemen de bezitter worden van de schat. En zal tevens de ziel van de boze vrouw van de verdoemenis worden gered.
Maar, zoals u straks uit het verdere verhaal zult hoor’n [geblader], bestaat hiertoe slechts een kleine kans, aangenomen dat ooit iemand zal worden gevond’n die d’r de moed bezit. En misschien zal niemand daar ooit van hebben afgeweten as nie omstreeks achttienvijftig op zekere nacht een jonge onverschrokken kerel, op weg van Koewacht naar huis, het fort passeert. En die zo wordt getroffen door ’t bijzondere, helder licht, dat as een vallende ster, maar langzaam, uit de nachtelijke hemel omlaag komt en neerdaalt bij ’t fort Ronduute op de plaats waar eens het kasteel moet hebben gestaan.
En dan ziet de jongen tot z’n schrik een soort van lichtgevende gedaante op zich af koom’n, waarin ie een vrouwenfiguur kan onderscheiden. En die ‘m smeekt ‘m toch te willen volgen. Ze zal ‘m de weg naar de onderaardse gewelven aanwijzen en vertelt ‘m dan hoe ie daar zonder gevaar de gouwe sleutel uit de leeuwenmuil zal kunnen neem’n. En welke schat ‘m wacht.
Slechts eens in de honderd jaar en dan nog maar precies van middernacht tot één uur, zo zegt ze ‘m, mag ze in vrouwengedaante verschijnen voor de mensen. Maar al d’r smeekbeden zijn vergeefs. En hoe onverschrokken de jongeman ook is, hij zet ’t op ’n lopen. En lang nog hoort ie achter zich het steunen en klagen van de geest, die, oplossend in ’t donker van de nacht, weer uit z’n gezicht verdwijnt.
U begrijpt wel, meneer, dat nog heden ten dage, al beweren jonge mensen dan nog zo dikwijls aan die gekke verhalen geen geloof te schenken, toch de Ronduute nog altijd een plaats is, waar men in donkere nachten beter weg kan blijven.
Onderwerp
SINSAG 0301 - Weisse Frau bewacht (und zeigt) einen Schatz (an).
  
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Eens in de honderd jaar krijgt de kasteelvrouwe een uurtje de kans zich als een vrouwenfiguur aan de mensen te tonen en iemand te smeken haar te bevrijden, maar een jongeman die haar smeekbeden hoort, zet het op een lopen.
Bron
Motief
E371.5* - Ghost of woman returns to reveal hidden treasure.   
Commentaar
---
Dit verhaal is ook te vinden in het boek "Van duivels, heksen en spoken" (1976) van Hendrik Entjes en Jaap Brand.
Naam Locatie in Tekst
Fort Ronduute   
Fort Rondute   
Fort Ronduite   
Koewacht   
Staats-Vlaanderen   
Oost-Zeeuws-Vlaanderen   
Oost Zeeuws-Vlaanderen   
West-Zeeuws-Vlaanderen   
West Zeeuws-Vlaanderen   
Belse   
Belgische   
Looisluis   
Zandberg   
gemeente Graauw   
Sluis   
Koewacht Zand   
Plaats van Handelen
Fort Ronduute   
Fort Moerspui   

