Hoofdtekst
In 1924 toen ik begon, dan ging je met de fiets van Grevenbicht naar de Maurits. Dat heb ik straks verteld dat was drie kwartier tot een uur fietsen. Er was geen asfalt. Er was een paadje… en eh kwam met je de tegenpartij tegen dan moest één, moest van de fiets. Nu heeft ieder elektrische licht, toen hadden we ’n karbietlamp. Mijn eerste jaar ondergronds in december was d’r een hele kouwe winter in 1924. Ik had middagdienst. Ik ging naar huis om half twaalf ’s nachts. Kwart op elf, half twaalf naar huis, het vroor dat ’t kraakte. Dan moes je een plasje doen op je karbietlamp want anders had je geen licht. [lachen op de achtergrond] En dan zag je door dat bos waar wij reden, waar die struiken stonden, daar hoorde je ook iets. Met dat beetje licht ha’n op een gegeven moment zag je van die vuurwormpjes. En die vormden zo’n bal en dan zag je dat van verre en dan schrok je maar later wist je dat, was je niet meer bang. Maar dan kwam dat woord, de… de de vuurwolf, of hoe noemde ze die? De vuurman, En dan kwam een andere; “ik heb de vuurman gezien!” En dat was een soort lichtgevende wormpjes die nu nog zijn, maar we kunnen ze noe nie meer onderscheiden want alles is licht. Maar as je nu in de bossen dwaalt, dan kun je dat nog een keer net zo wel als ik bij in unnun keer zwermen en bij mekaar voegen. Ze voeren, he, die maken vrijerijtjes en kruipen bij mekaar. En die geven een klein lichtjen af. En dat noemden wij vroeger op de dorpen, de vuurman.
Beschrijving
Wanneer er veel vuurwormen als een bal bij elkaar zitten, dan noemden ze dat vroeger de vuurwolf of de vuurman.
Bron
Radio-uitzending "Vonken onder de as" (NOS)
Naam Locatie in Tekst
Grevenbicht   
Staatsmijn de Maurits   
Plaats van Handelen
Grevebich   

