Hoofdtekst
HOE ULENSPIEGEL BIJ EEN KLEERMAKER IN DIENST WAS
Eens diende Ulenspiegel bij een kleermaker in Berlijn en toen hij zou gaan werken, zei zijn baas: "Als je naait, doe het dan goed en met kleine steekjes, zodat men het niet ziet."
Ulenspiegel ging onder een ton zitten naaien en toen de baas dit zag zei hij: "Wat doe jij nu? Dit is wel heel vreemd naaien."
Toen zei Ulenspiegel: "Baas, je hebt me opgedragen dat ik naaien zou zonder dat iemand dat kon zien en dit ziet niemand, sterker nog... ik zie het zelf ook niet!'
Toen zei de baas: "Beste knecht, naai niet op die manier, maar naai zodat je het wel kan zien" en dat deed Ulenspiegel. Op de avond van de derde dag was de baas erg moe en hij wilde naar bed gaan toen er nog een grauwgrijze mantel was die nog maar half af was.
Hij wierp hem naar Ulenspiegel en zei tegen zijn knecht: "Neem deze wolf en maak hem af."
Ulenspiegel zei: "Ik zal het doen baas". De baas ging slapen en dacht er verder niet meer aan. Ulenspiegel sneed de boerenjas aan stukken en maakte er een wolf van, met een hoofd, lijf en benen. Hij naaide alles aan elkaar vast en zette het toen op de naaitafel en het leek wel een wolf.
's Morgens toen de baas opstond, zag hij hem zo staan en schrok en hij zei: "Wat voor de duivel heb je nou gemaakt?'
Ulenspiegel zei: "Een wolf, net zoals u mij opgedragen had."
De baas zei: “Maar dat bedoelde ik zo niet, want een grauwe boerenmantel noemt men hier een wolf!” en Ulenspiegel zei: “Had ik dat geweten, dan had ik dat graag gedaan, want ik zou liever een mantel gemaakt hebben dan een wolf!”
Uiteindelijk was de baas daarmee tevreden en prees zijn werk.
Drie of vier dagen later gebeurde het dat de baas graag wat wilde slapen. Er was een mantel gemaakt op de mouwen na, die nog niet waren ingezet. De baas nam de jas en de mouwen, wierp ze Ulenspiegel toe en zei: "Gooi jij de mouwen aan deze jas." En Ulenspiegel zei: "Goed baas."
Toen de baas was gaan slapen, stak Ulenspiegel twee kaarsen aan en hing de jas aan een haak. Hij zette aan elke kant van de mantel een kaars en gooide zo de hele nacht mouwen tegen de jas totdat de baas 's morgens uit bed kwam. De baas kwam naar binnen en zag wat er gebeurde, maar Ulenspiegel deed net of hij het niet merkte en ging door met gooien. De baas zei: "Wat haal je nu toch voor dwaasheid uit?" waarop Ulenspiegel heel boos werd en zei: “Is dit dwaasheid? Ik heb de hele nacht zo staan gooien en wist ook wel dat dit werk voor niets was!”
De baas zei: "Wist ik dat jij het zo opvatte, ik dacht dat je de mouwen ingezet zou hebben."
Ulenspiegel zei: "Moge de duivel u komen halen! Als u mij gezegd had wat u bedoelde, had ik de mouwen er wel snel ingezet en dan nog wat geslapen! Maar nu baas, naai zelf maar, want ik wil ook nog wat slapen."
Maar de baas zei: "Nee, ik heb je niet ingehuurd om te slapen" en ze kregen ruzie. De baas wilde zijn kaarsen betaald hebben, maar Ulenspiegel gaf niet toe en terwijl hij zijn spullen meenam zei hij: "U ziet nu voor het laatst mijn achterkant!"
Eens diende Ulenspiegel bij een kleermaker in Berlijn en toen hij zou gaan werken, zei zijn baas: "Als je naait, doe het dan goed en met kleine steekjes, zodat men het niet ziet."
Ulenspiegel ging onder een ton zitten naaien en toen de baas dit zag zei hij: "Wat doe jij nu? Dit is wel heel vreemd naaien."
Toen zei Ulenspiegel: "Baas, je hebt me opgedragen dat ik naaien zou zonder dat iemand dat kon zien en dit ziet niemand, sterker nog... ik zie het zelf ook niet!'
Toen zei de baas: "Beste knecht, naai niet op die manier, maar naai zodat je het wel kan zien" en dat deed Ulenspiegel. Op de avond van de derde dag was de baas erg moe en hij wilde naar bed gaan toen er nog een grauwgrijze mantel was die nog maar half af was.
Hij wierp hem naar Ulenspiegel en zei tegen zijn knecht: "Neem deze wolf en maak hem af."
Ulenspiegel zei: "Ik zal het doen baas". De baas ging slapen en dacht er verder niet meer aan. Ulenspiegel sneed de boerenjas aan stukken en maakte er een wolf van, met een hoofd, lijf en benen. Hij naaide alles aan elkaar vast en zette het toen op de naaitafel en het leek wel een wolf.
's Morgens toen de baas opstond, zag hij hem zo staan en schrok en hij zei: "Wat voor de duivel heb je nou gemaakt?'
Ulenspiegel zei: "Een wolf, net zoals u mij opgedragen had."
De baas zei: “Maar dat bedoelde ik zo niet, want een grauwe boerenmantel noemt men hier een wolf!” en Ulenspiegel zei: “Had ik dat geweten, dan had ik dat graag gedaan, want ik zou liever een mantel gemaakt hebben dan een wolf!”
Uiteindelijk was de baas daarmee tevreden en prees zijn werk.
Drie of vier dagen later gebeurde het dat de baas graag wat wilde slapen. Er was een mantel gemaakt op de mouwen na, die nog niet waren ingezet. De baas nam de jas en de mouwen, wierp ze Ulenspiegel toe en zei: "Gooi jij de mouwen aan deze jas." En Ulenspiegel zei: "Goed baas."
Toen de baas was gaan slapen, stak Ulenspiegel twee kaarsen aan en hing de jas aan een haak. Hij zette aan elke kant van de mantel een kaars en gooide zo de hele nacht mouwen tegen de jas totdat de baas 's morgens uit bed kwam. De baas kwam naar binnen en zag wat er gebeurde, maar Ulenspiegel deed net of hij het niet merkte en ging door met gooien. De baas zei: "Wat haal je nu toch voor dwaasheid uit?" waarop Ulenspiegel heel boos werd en zei: “Is dit dwaasheid? Ik heb de hele nacht zo staan gooien en wist ook wel dat dit werk voor niets was!”
De baas zei: "Wist ik dat jij het zo opvatte, ik dacht dat je de mouwen ingezet zou hebben."
Ulenspiegel zei: "Moge de duivel u komen halen! Als u mij gezegd had wat u bedoelde, had ik de mouwen er wel snel ingezet en dan nog wat geslapen! Maar nu baas, naai zelf maar, want ik wil ook nog wat slapen."
Maar de baas zei: "Nee, ik heb je niet ingehuurd om te slapen" en ze kregen ruzie. De baas wilde zijn kaarsen betaald hebben, maar Ulenspiegel gaf niet toe en terwijl hij zijn spullen meenam zei hij: "U ziet nu voor het laatst mijn achterkant!"
Onderwerp
VDK 1635* 07 - Eulenspiegel's Tricks. 7: Ulespegel probeert mouwen in een jas te smijten.   
VDK 1635* - Eulenspiegel's Tricks   
ATU 1635* - Eulenspiegel’s Tricks   
AT 1635* - Eulenspiegel's Tricks   
Beschrijving
Uilenspiegel verprutst (met opzet) allerlei kleermakerswerk omdat hij alles letterlijk neemt. Als hij de opdracht krijgt om even twee mouwen in een jas te gooien, staat hij letterlijk de hele nacht tevergeefs te gooien.
Bron
Wonderbaarlijke en zeldzame Historie van Thyl Ulenspiegel. Hertaald en ingeleid door Guy Segers en Patricia Visscher. Tweede druk. Leuven 1996, pp. 82-83.
Commentaar
Dit verhaal komt uit een complete hertaling van een volksboekje uit 1790, gedrukt in Deventer.
Naam Overig in Tekst
Tijl Uilenspiegel   
Plaats van Handelen
Berlijn   
