Hoofdtekst
HOE ULENSPIEGEL ZICH ALS SMID VERHUURDE
In Rostock in het oosten van het land ging Ulenspiegel in dienst bij een smid. Als de knechten het vuur niet hard genoeg naar zijn zin aanbliezen, zei hij altijd: "Kom bij met de blaasbalg."
Toen Ulenspiegel stond te blazen riep de baas tegen hem: "Kom bij mij met de blaasbalg" en meteen ging de baas naar achteren in de tuin om te plassen.
Ulenspiegel pakte de blaasbalg van het vuur, liep de baas achterna tot in de tuin en zei: "Hier breng ik u de blaasbalg, baas, maar waar zal ik hem laten? Ik zal de andere ook wel halen."
Maar de smid zei: "Beste knecht, ik bedoelde dat niet zo, zet de blaasbalg weer op zijn plaats."
Toen bedacht de baas hoe hij hem dat betaald kon zetten. Hij wilde zeven dagen lang om middernacht opstaan, zijn knechten wekken en als ze dan aan het smeden waren, zou hij zelf weer gaan slapen.
Toen zeiden de andere knechten: "Hoe komt het dat wij zo vroeg moeten opstaan, dat doen we immers nooit?'
Ulenspiegel zei: "Als jullie het willen, zal ik het hem vragen" en de knechten zeiden: “Ja.”
Toen sprak Ulenspiegel: "Baas! Waarom wekt u ons om middernacht?" en het antwoord was: “Het is mijn gewoonte dat mijn knechten de eerste zeven dagen maar een halve nacht in hun bed liggen.”
Ulenspiegel en zijn metgezellen zwegen.
De volgende nacht riep de baas ze weer om middernacht en de knechten gingen werken. Ulenspiegel had zijn bed op zijn rug gebonden en toen het ijzer heet was, begon de baas zo hard mee te slaan dat de vonken op het bed vlogen.
Toen zei de baas: "Ben je nou gek geworden, waarom laat je het bed niet op zijn plaats staan?'
Ulenspiegel zei: "Baas, wees niet boos, het is mijn gewoonte dat als ik een halve nacht op mijn bed gelegen heb, het bed dan een halve nacht op mij ligt."
De baas zei: "Breng het bed naar zijn plaats en verdwijn daarboven uit mijn huis."
Ulenspiegel zei: "Goed baas" en hij pakte een ladder, klom tot bovenin het huis en brak het hele dak af. Langs de latten ging hij het huis uit naar buiten en verdween.
De smid hoorde op zolder de stukken vallen en ging daar met de andere knechten een kijkje nemen. Hij zag dat het dak van het huis was afgebroken en dat Ulenspiegel verdwenen was. Toen werd de baas nog veel kwader, nam een zwaard en wilde hem achternagaan, maar de knechten hielden hem tegen en zeiden: “Baas, kalmeer eens even, Ulenspiegel heeft niets anders gedaan dan wat u hem opgedragen heeft. U hebt hem gezegd daarboven uit uw huis te gaan en dat heeft hij gedaan, zoals iedereen kan zien.”
En de baas moest hier genoegen mee nemen en het dak weer laten maken, want Ulenspiegel was weg.
In Rostock in het oosten van het land ging Ulenspiegel in dienst bij een smid. Als de knechten het vuur niet hard genoeg naar zijn zin aanbliezen, zei hij altijd: "Kom bij met de blaasbalg."
Toen Ulenspiegel stond te blazen riep de baas tegen hem: "Kom bij mij met de blaasbalg" en meteen ging de baas naar achteren in de tuin om te plassen.
Ulenspiegel pakte de blaasbalg van het vuur, liep de baas achterna tot in de tuin en zei: "Hier breng ik u de blaasbalg, baas, maar waar zal ik hem laten? Ik zal de andere ook wel halen."
Maar de smid zei: "Beste knecht, ik bedoelde dat niet zo, zet de blaasbalg weer op zijn plaats."
Toen bedacht de baas hoe hij hem dat betaald kon zetten. Hij wilde zeven dagen lang om middernacht opstaan, zijn knechten wekken en als ze dan aan het smeden waren, zou hij zelf weer gaan slapen.
Toen zeiden de andere knechten: "Hoe komt het dat wij zo vroeg moeten opstaan, dat doen we immers nooit?'
Ulenspiegel zei: "Als jullie het willen, zal ik het hem vragen" en de knechten zeiden: “Ja.”
Toen sprak Ulenspiegel: "Baas! Waarom wekt u ons om middernacht?" en het antwoord was: “Het is mijn gewoonte dat mijn knechten de eerste zeven dagen maar een halve nacht in hun bed liggen.”
Ulenspiegel en zijn metgezellen zwegen.
De volgende nacht riep de baas ze weer om middernacht en de knechten gingen werken. Ulenspiegel had zijn bed op zijn rug gebonden en toen het ijzer heet was, begon de baas zo hard mee te slaan dat de vonken op het bed vlogen.
Toen zei de baas: "Ben je nou gek geworden, waarom laat je het bed niet op zijn plaats staan?'
Ulenspiegel zei: "Baas, wees niet boos, het is mijn gewoonte dat als ik een halve nacht op mijn bed gelegen heb, het bed dan een halve nacht op mij ligt."
De baas zei: "Breng het bed naar zijn plaats en verdwijn daarboven uit mijn huis."
Ulenspiegel zei: "Goed baas" en hij pakte een ladder, klom tot bovenin het huis en brak het hele dak af. Langs de latten ging hij het huis uit naar buiten en verdween.
De smid hoorde op zolder de stukken vallen en ging daar met de andere knechten een kijkje nemen. Hij zag dat het dak van het huis was afgebroken en dat Ulenspiegel verdwenen was. Toen werd de baas nog veel kwader, nam een zwaard en wilde hem achternagaan, maar de knechten hielden hem tegen en zeiden: “Baas, kalmeer eens even, Ulenspiegel heeft niets anders gedaan dan wat u hem opgedragen heeft. U hebt hem gezegd daarboven uit uw huis te gaan en dat heeft hij gedaan, zoals iedereen kan zien.”
En de baas moest hier genoegen mee nemen en het dak weer laten maken, want Ulenspiegel was weg.
Onderwerp
VDK 1635* 06 - Eulenspiegel's Tricks. 6: Ulespegel werkt met het bed op zijn rug.   
VDK 1635* - Eulenspiegel's Tricks   
ATU 1635* - Eulenspiegel’s Tricks   
AT 1635* - Eulenspiegel's Tricks   
Beschrijving
Uilenspiegel moet van een smid de halve nacht slapen en de andere helft werken. Uilenspiegel doet het werk met zijn bed op zijn rug gebonden: de halve nacht mag hij op het bed, en de halve nacht mag het bed op hem, zo vindt hij.
Bron
Wonderbaarlijke en zeldzame Historie van Thyl Ulenspiegel. Hertaald en ingeleid door Guy Segers en Patricia Visscher. Tweede druk. Leuven 1996, pp. 75-76.
Commentaar
Dit verhaal komt uit een complete hertaling van een volksboekje uit 1790, gedrukt in Deventer.
Naam Overig in Tekst
Tijl Uilenspiegel   
Plaats van Handelen
Rostock   
