Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PGROOT28

Een personal narrative (mondeling), donderdag 28 november 1996

Hoofdtekst

G: meneer Groot
M: Theo Meder

M: "Nou, één laatste vraagje dan nog. Ze hebben het als ze het over vroeger hebben altijd over de properheid van de straatjes en zo. Was dat rond 1900, of nou, iets later, in uw jeugd natuurlijk ook, dat er zo vreselijk geboend werd?"
G: "Ja. Jaja. Tot voor de oorlog nog wel. Dat wil zeggen, dat er een gemeenteverordening was dat je in de tweede week van mei, moest je je straatje gewied - het onkruid eruit gewied -, geschrobd met water en ingezand met zand. Iedereen die aan de openbare weg zit, het gedeelte wat voor z'n huis is, moest 'ie wieden, schrobben en inzanden. En de tweede week van mei, 's zaterdags, ging de burgemeester met de veldwachter en de wethouder het dorp door om te controleren. En wie het niet gedaan had, die kreeg een aanzegging dat 'ie het alsnog doen moest. En dat gebeurde ook. Dat gebeurde! Door iedereen!"
M: "Ja ja. En anders kreeg hij een boete of zo?"
G: "Als het niet gebeurde. Nee, een boete kreeg hij niet, want als je een aanzegging kreeg, dan gebeurde het nòg. Want het moest gebeuren, en het gebeurde! En dat tekent de moraal van de mensen. Vergeleken met nu en toen. Tòen... ik heb u al gezegd: ik maakte een zeventig-urige werkweek. De man die bij mij werkte, deed dat dus ook. De man die ergens anders werkte, die werkte ook veel langer. Er was nog geen acht-urige werkdag. Het was nog zeven dagen werken. Maar ze hadden wel tijd om een straat te schrobben. En er stond geen stok achter de deur van duizend gulden boete. Maar ze deden het, want dat was je plicht. Dat werd je opgedragen, en nou, daar voldoe je aan. Daar kon je niet onderuit. Moet de gemeente van nu dat eens instellen gaan. Dan zou ik nog wel eens zien willen, wat er gebeurde. In de eerste plaats werd de gemeenteraad voor gek verklaard. En in de tweede plaats werd je voor gek verklaard, als je het doen ging. 'Ja, ik zal me daar voor de gemeente werken gaan!' Ik zat een keer hier, en toen was die verordening er al niet meer. Ik zat dat straatje te wieden, want ik wil dat straatje voor m'n huis wel netjes hebben. De buurvrouw zegt: 'Wat doe jij daar nou?' 'De straat wieden, dat zie je toch?' 'Ja maar dat is toch gemeentestraat?' Ik zeg: 'Dat zal me een zorg wezen. Denk je dat ik tegen die rotzooi an kijken wil? Ik maak het af, ik wil het netjes hebben'. 'Maar voor de gemeente wat doen? Ben je gek?' Het verantwoordelijkheidsgevoel, over het algemeen genomen, is hard gedaald."
M: "Ja."
G: "U is zoveel jonger als ik. En uw oren klapperen misschien over allerlei dingen die ik zit te verkondigen, maar èh... ik geloof wel dat er een kern van waarheid in zit. En èh... je kunt soms in de krant lezen, dat er kinderen verkracht worden, en dan staat er bij: 't is bij de beesten af. En dan word ik rázend! Want de beesten doen zoiets niet! Wat de mensen mekander andoen, doet een beest zich niet an. Het is minderwaardig als ze dat de beesten in de schoenen schuiven. Dat komt omdat ik boer geweest ben. En een feit is het. Een hond zal z'n kind nog verdedigen tot de dood an toe. En hier heb je moeders die de kinderen te grabbel gooien. En tot ze zelf d'r eigen kont redden kennen, zorgt een dier voor z'n jong. Daar hapert hier en daar bij de mens heel wat an. Ik zal niet zeggen dat het vroeger zóveel beter was, maar dat het béter was, dat staat als een dijk boven water. En dat die instelling van huissie-boompie-beessie: man, vrouw en een paar kinderen, die gezellig bij mekander om tafel zitten (dat is huissie-boompie-beessie)... maar dat was wel een goed systeem! Als je een slechte vader of een slechte moeder bent, dat blijft hetzelfde. Vroeger was slecht slecht, en nou is slecht slecht. Maar zo 't nou gebeurt, dat pa en moe als de bliksem de deur uit gaan naar d'r werk en de kinderen maar een heenkomen moeten zoeken... Dat is niet goed."
M: "Een waardig slotwoord."
G: "Krijgt u nog een beetje een preek ook, zullen we maar zeggen. En ik weet niet in hoeverre u dat persoonlijk ter harte nemen moet, maar ik zeg het evengoed toch."
M: "Ja, dat is goed."
G: "Als u er belang bij hebt: maak het u dan maar te nutte."
M: "Ja! Goed, dan ga ik inpakken."
G: "Dat ken nou wel."
M: "Ik heb héél veel aan dit gesprek gehad, mag ik wel zeggen."
G: "Ik hoop dat ik u een beetje van dienst geweest ben. Voorzover me in mijn vermogen lag, heb ik gedaan wat ik kon."

Beschrijving

Vroeger was Broek een uiterst proper dorp. Er was een gemeenteverordening dat iedereen in de tweede week van mei zijn straatje moest wieden, schrobben met water en inzanden met zand. Daarna hielden burgemeester, wethouder en veldwachter straatschouw. Iedereen voldeed aan de verordening, ook al bestonden er geen sancties op verzuim.

Bron

n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)

Commentaar

28 november 1996

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21