Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LYST009 - De Weerwolf

Een sage (vragenlijst), 1953

Hoofdtekst

De Weerwolf
Een vrijer bracht 's avonds z'n meisje naar huis. Onderweg zei ie: "Ik moet even mijn behoefte doen. Als je in tussentijd een dier of zoiets op je af ziet komen, gooi het dan je zakdoek voor z'n kop." Toen de jongen weg was, kwam er een dier op het meisje aangelopen. Ze slingerde haar zakdoek voor z'n muil en het beest verscheurde hem. Even later kwam de jongen terug en hij vroeg zijn meisje of er iets gebeurd was. Ze vertelde wat er was voorgevalllen en terwijl keek ze hem strak aan. Toen zei ze hem: "Ik geloof, dat jij het beest bent geweest, want je hebt de stukken zakdoek nog tussen je tanden zitten" Onmiddellijk was de vrijer verdwenen, en het meisje heeft hem nooit teruggezien.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een paartje loopt 's avonds te wandelen. De jongen moet zijn behoefte doen, maar voordat hij de bosjes in verdwijnt adviseert hij het meisje om, als een beest haar zou overvallen, het haar zakdoek voor de muil te werpen. Er komt inderdaad een gevaarlijk beest op het meisje af. Ze gooit haar zakdoek voor zijn bek en het beest verscheurt hem. Als de jongen weer terugkomt ziet het meisje dat hij resten van haar zakdoek tussen zijn tanden heeft zitten. Ze weet nu dat hij een weerwolf is en zegt dat ook tegen hem. De jongen verdwijnt en is nooit meer terug gekomen.

Bron

Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier L.182, archief Meertens Instituut

Commentaar

1953
Das zerbissene Tuch.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22