Hoofdtekst
Het is zo'n dertig à veertig jaar geleden gebeurd. A. en B. waren kameraden. Tegen 10 uur 's avonds wil A. naar huis. B. dringt aan nog wat te blijven. Als A. aan die wens geen gehoor geeft, zegt B. :"Dat zal je spijten". A. gaat weg, raakt volkomen de weg kwijt en doolt in doodsangst de hele nacht rond. Pas als de zon opkomt, merkt hij waar hij is. Hij schrijft deze dwaaltocht toe aan een geheimzinnige macht van B.
Beschrijving
Twee vrienden zitten een avond bij elkaar. Als de ene man zegt dat hij naar huis wil gaan, dringt de ander aan nog wat langer te blijven. De man houdt vol en zegt dat hij echt naar huis gaat, maar zijn vriend zegt tegen hem dat hem dat wel zal spijten. De man gaat toch op weg en verdwaalt. Hij doolt de hele nacht rond en weet niet meer waar hij is. Pas als de zon opkomt ziet hij waar hij zich bevindt. Hij schrijft de dwaaltocht toe aan een geheime kracht van zijn vriend.
Bron
Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier L.147, archief Meertens Instituut
Commentaar
1953
Naam Overig in Tekst
A.   
B.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
