Hoofdtekst
Herinneringen over spoken in Middelharnis.
Tegenover onze school, op de hoek van de Langweg naar Nieuwetonge stond een klein arbeidershuisje, met de zijkant naar de weg. In deze zijkant was een luikje en voor dat luikje zat een idiote jongen. Deze jongen was betoverd. Een enkele maal als de tobber zijn misvormde gezicht voor het luikje vertoonde, gingen wij aan de haal van de schrik. Op zekeren dag begon men zout te zijden, tegen de muur onder het luikje en het was de bedoeling (zo vertelde men ons) dat de berg zo hoog zou worden, tot boven het luikje en dan zou uit de de hoop zout de boze geest te voorschijn komen. De ontknoping van dit drama kan ik niet meer herinneren.
Tegenover onze school, op de hoek van de Langweg naar Nieuwetonge stond een klein arbeidershuisje, met de zijkant naar de weg. In deze zijkant was een luikje en voor dat luikje zat een idiote jongen. Deze jongen was betoverd. Een enkele maal als de tobber zijn misvormde gezicht voor het luikje vertoonde, gingen wij aan de haal van de schrik. Op zekeren dag begon men zout te zijden, tegen de muur onder het luikje en het was de bedoeling (zo vertelde men ons) dat de berg zo hoog zou worden, tot boven het luikje en dan zou uit de de hoop zout de boze geest te voorschijn komen. De ontknoping van dit drama kan ik niet meer herinneren.
Beschrijving
Voor een luikje in een huis tegenover de school verschijnt soms een idiote jongen. Hij zou betoverd zijn. Op een dag probeert men hem te verlossen van de boze geest door het een berg zout voor het luikje te strooien. Hoe dit is afgelopen weet de verteller niet.
Bron
Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier I.25, archief Meertens Instituut
Commentaar
1953
Naam Overig in Tekst
Nieuwe Tonge   
Naam Locatie in Tekst
Middelharnis   
Langeweg   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
