Hoofdtekst
Meerminnen
De vissers van Westenschouwen vingen in hun netten een meermin. Ze klaagde en smeekte om weer vrijgelaten te worden. Maar de vissers lachten en lieten zich niet vermurwen. Ze brachten de meermin mee aan den wal, en de meerman zag haar op de kade sterven. Toen wierp hij een handvol zand en wier in de haren en profeteerde: "Schouwen, Schouwen, 't zal je rouwen, Dat je mijne vrouwe houwe! 't Rieke Schouwen zal vergaan, alleen de toren zal bluven staan." Sindsdien is de haven verzand.
De vissers van Westenschouwen vingen in hun netten een meermin. Ze klaagde en smeekte om weer vrijgelaten te worden. Maar de vissers lachten en lieten zich niet vermurwen. Ze brachten de meermin mee aan den wal, en de meerman zag haar op de kade sterven. Toen wierp hij een handvol zand en wier in de haren en profeteerde: "Schouwen, Schouwen, 't zal je rouwen, Dat je mijne vrouwe houwe! 't Rieke Schouwen zal vergaan, alleen de toren zal bluven staan." Sindsdien is de haven verzand.
Onderwerp
SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   
Beschrijving
Een groep vissers neemt een meermin mee aan wal. Hoewel ze bidt en smeekt weer vrijgelaten te worden, weigeren de vissers haar weer naar zee te laten gaan. Haar man, een meerman, ziet haar op de kade sterven. Hij roept een vloek over de stad uit en voorspelt dat alleen de toren blijven staan. De rest zal zinken. Sindsdien is de haven verzand.
Bron
Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier I.137, archief Meertens Instituut
Commentaar
1953
Die Prophezeiung des Meerweibes. Sie verkündet den Untergang der Hafenstadt.
Naam Locatie in Tekst
Westenschouwen   
Schouwen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
