Hoofdtekst
Opa had heel veel last van ratten uit de sloot die vlak voor het huis liep. Deze beesten kwamen zich warmen op de haard bij het smidshuis. Een kat was er op dat moment niet, dus kocht opa vergif en legde dat bij de haard. Helaas, de buren waar ze niet zo geweldig mee bevriend waren hadden wel een kat en die deed zich tegoed aan het rattengif. Tot grote schrik van opa uiteraard. Het beest vertoonde tekenen van dronkenschap en waggelde huiswaarts. De buurman kwam in opperste verbazing bij opa in de smederij; wat onze katte toch mankiert, die doet zo raar. Opa kon wel uitleg geven maar hield z'n mond en deed een schietgebedje voor het herstel van het beest. Het werd verhoord. Het beest overleefde z'n maaltijd.
Beschrijving
En smid heeft veel last van ratten die zich bij zijn haard komen warmen. Daarom legt hij vergif op de haard, in de hoop dat de beesten daarvan zullen eten. Helaas komt net op dat moment de kat van de buren langs, die van het vergif eet. Het beest lijkt wel dronken en waggelt naar huis. De smid kan niet zo goed met zijn buren overweg, en houdt daarom wijselijk zijn mond. Zijn schietgebedje wordt verhoord; de kat overleeft zijn maaltijd.
Bron
Volkskundevragenlijst 52 (1982), formulier G.251, archief Meertens Instituut
Commentaar
1982
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22