Hoofdtekst
Jan Adriaenszoon Leeghwater, die in 1575 in De Rijp werd geboren, deed zijn naam alle eer aan, want hij maalde onder meer de Purmer, de Wormer, de Schermer en de Beemster droog. Voor het raadhuis van Midden-Beemster staat zijn borstbeeld en op een kruisweg in de Purmer is een monumentje met zijn beeltenis. Ook nam hij zich voor die ontzaglijke watervlakte, de Haarlemmermeer, droog te malen. Tevoren verkende hij de oevers van het meer en zo kwam hij ook in Aalsmeer. Daar vertelde een man hem dat zijn grootvader zich nog kon herinneren dat men, met behulp van een polsstok, vanuit de Ruigenhoek het land van Vennep kon bereiken; een eilandje in de Meer, waar nu het dorp NieuwVennep ligt. Ver in de Meer, zei men hem, lag het verzonken dorp Rijk, dat nog niet zo lang geleden was ondergelopen. De inwoners van Rijk hadden lang geleden, toen hun kerk niet meer kon worden behouden, een nieuwe kerk gebouwd. Die kerk lag zo ver het land in dat men een wit paard, dat daar graasde, niet meer kon zien. Zo meende men voorgoed de kerk veilig te stellen, maar het kwam anders uit. Met het dorp Rijk verging ook de nieuwe kerk. Al waarschuwde Leeghwater ook in zijn "Haerlemmermeer Boeck" dat de waterwolf al maar land inslokte en dat er zich ten slotte tussen Amsterdam en Haarlem één enorme watervlakte zou uitstrekken, men durfde zijn gewaagd plan, om de Meer droog te malen, niet aan. Eerst tussen 1845 en 1852 is de Meer drooggemalen.
Onderwerp
SINSAG 1145 - Die untergegangene Stadt; versinkt wegen des Übermutes der Bewohner.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Jan Adriaenszoon Leeghwater   
De Rijp   
Midden-Beemster   
Vennep   
Rijk   
Haerlemmermeer Boeck   
Naam Locatie in Tekst
Purmer   
Wormer   
Schermer   
Beemster   
Haarlemmermeer   
Aalsmeer   
Ruigenhoek   
de Meer   
Amsterdam   
Haarlem   
