Hoofdtekst
AMSTERDAMSE SPOOKHUIZEN
Op de Oude Zijds Voorburgwal stond vroeger een klooster. Later werd het een koopmanshuis waar op de zolders allerlei waren werden opgestapeld. De monniken waren niet tevreden, omdat men hen hun klooster had ontnomen en zij kwamen bij nacht en ontij terug om te spoken. Als er veel werk in huis was en de dienstboden dan extra hulp kregen, sliepen er een paar werksters op kermisbedden op de zolders. Als ze bij het raam hun bed hadden gespreid, vonden ze het 's morgens bij de deur terug; zo hadden de geesten er mee gespookt zonder dat de werksters iets hadden gemerkt. Ook is het het wel voorgekomen dat er een hoofd, door een blauwachtig licht omgeven, over de vloer zweefde, ongeveer op kniehoogte, zodat de werksters, vertwijfeld van schrik, hun ogen sloten om het hoofd maar niet te zien.
In de Bickerstraat waren het rovers die zich in een van de oudste huizen in de straat lieten horen. Soms hoorde men hen hees fluisteren:
"We zijn met z'n zessen,
We vechten hier met messen,
's Avonds in de maneschijn,
Pas maar op, of je zult verdwijn,"
Dat huis stond altijd leeg en het is later afgebroken. Wie 's avonds daar beneden aan de trap stond, kon een klank horen als van staal dat tegen staal flitst. Daarboven hadden de spokende rovers hun messen getrokken en vochten, zwijgend en verbeten.
In het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal kwam een van de beide broers Trip terug. Soms streek een windvlaag door de keldergangen en doofde de kaarsen; soms kierde er onverwachts een kastdeur open, soms klonken er voetstappen op de trappen en kraakte een enkele trede. Dan wist men dat Trip in zijn huis rondging.
Op de Oude Zijds Voorburgwal stond vroeger een klooster. Later werd het een koopmanshuis waar op de zolders allerlei waren werden opgestapeld. De monniken waren niet tevreden, omdat men hen hun klooster had ontnomen en zij kwamen bij nacht en ontij terug om te spoken. Als er veel werk in huis was en de dienstboden dan extra hulp kregen, sliepen er een paar werksters op kermisbedden op de zolders. Als ze bij het raam hun bed hadden gespreid, vonden ze het 's morgens bij de deur terug; zo hadden de geesten er mee gespookt zonder dat de werksters iets hadden gemerkt. Ook is het het wel voorgekomen dat er een hoofd, door een blauwachtig licht omgeven, over de vloer zweefde, ongeveer op kniehoogte, zodat de werksters, vertwijfeld van schrik, hun ogen sloten om het hoofd maar niet te zien.
In de Bickerstraat waren het rovers die zich in een van de oudste huizen in de straat lieten horen. Soms hoorde men hen hees fluisteren:
"We zijn met z'n zessen,
We vechten hier met messen,
's Avonds in de maneschijn,
Pas maar op, of je zult verdwijn,"
Dat huis stond altijd leeg en het is later afgebroken. Wie 's avonds daar beneden aan de trap stond, kon een klank horen als van staal dat tegen staal flitst. Daarboven hadden de spokende rovers hun messen getrokken en vochten, zwijgend en verbeten.
In het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal kwam een van de beide broers Trip terug. Soms streek een windvlaag door de keldergangen en doofde de kaarsen; soms kierde er onverwachts een kastdeur open, soms klonken er voetstappen op de trappen en kraakte een enkele trede. Dan wist men dat Trip in zijn huis rondging.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
SINSAG 1306 - "Wir sind Sechse, wir haben scharfe Messer." Räuber warnen.   
Beschrijving
Verschillende verhalen over spookhuizen in Amsterdam.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in Amsterdam en Amstelland. Zaltbommel 1975. p. 60-61
Naam Overig in Tekst
Trip   
Naam Locatie in Tekst
Oude Zijds Voorburgwal   
Bickersstraat   
Trippenhuis   
Kloveniersburgwal   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
