Hoofdtekst
Ook de oudste thans levende personen hebben geen ervaring meer gehad met spookdieren. Wat hiervan bekend is berust op overlevering. De verhalen spelen zich haast altijd af bij drie hofsteden. Vermoedelijk, omdat ze groot waren, en er altijd veel knechten en meiden waren. De hofsteden "Papegaaienburg" en "Noordbeek" liggen dicht bij elkaar, tussen Koudekerke en West Souburg. De hofstede "Grijpskerke" ligt juist boven Biggekerke. De boer Lein Kodde van Noordbeek kon toveren. De boer van Papegaaienburg zag b.v. geregeld een witte kat over zijn erf lopen. Deze was niet te verdrijven en niet te schieten, zodat men wel vermoedde, dat het geen gewone kat was. Daarom maakte die boer een kogel van zilver, wat niet moeilijk was, want het vest van een boer uit die tijd (ik schat 1870-80) had vele zilveren knoopjes. Toen nu die kat weer verscheen in het hout, dat rond de hofstede groeide, schoot hij met die zilveren kogel. De volgende dag hoorde men, dat Lein Kodde op bed lag "mee een schot in z'n kont". De kat werd niet meer gezien. Hij spookte ook wel rond op het hof "der Boede". Daar raapte men 's morgens om 7 uur al de eieren. "Dat moeten we wel", zei de boerin, "want anders liggen ze bij Kodde in de kelder". Hier werd hij verdreven met een schot hagel. De postbode vertelde de volgende dag, dat Lein Kodde met een schot in zijn enkel op bed lag. Spookdieren haalden ook de eieren weg bij een andere boer. Nog in de twintiger jaren van deze eeuw strooide de boerin, ze heette Lampert en kwam uit het noorden van het eiland, zout rond de kipperen, tegen de geesten. Overigens waren ook menstruatiedoeken een goed bezweringsmiddel. Maar we dwalen af. Kees Bosschaart (hij zou nu ver in de honderd zijn) heeft ook altijd veel dieren gezien, vertelde zijn kleinzoon me. Hij moest dikwijls in de donker van Souburg naar Koudekerke. Dus weer voorbij de betoverde hofsteden. Daar liep een paadje, dat dicht met hout was begroeid. Eens zag hij een grote zwarte hond over de akkers naar hem toekomen. De ketting sloeg vonken over de aardkluiten. Hij kwam op het paadje, lag zijn voorpoten op Kees zijn schouders, hij voelde de adem in zijn nek. Maar toch liep hij door. Bij de hofstede "der Boede" aangekomen, wilde hij om hulp vragen, maar toen was de hond ineens weg. Een andere keer kwam hij van zijn meisje, bij de hoeve, waar hij als handknecht diende. Het hek was groen geschilderd, en er zaten wel 80 katers op met vurige ogen. Hij vloog naar de paardenknecht, maar deze kende geen angst. En toen ze samen gingen kijken, was er niets te zien. Op "Grijpskerke" werd er ook afschuwelijk getoverd, zo, dat de boerin, wier man ik nog gekend heb, terug ging naar het huis van haar ouders. Doch over toverdieren is daar niet veel bekend, behalve dan een schaap, dat men hoorde blaten, vlak voor de bakkeet, maar dat werd nooit gezien. Midden op dorp stond in het begin van deze eeuw een herberg. De kerk staat hier in het midden van het dorpsplein. Rondom is het kerkhof. Vroeger stond er een laag muurtje rond. De jongens van dorp hadden de gewoonte om, wanneer ze uit het cafe kwamen, tegen dat muurtje te wateren. Dan kwam er dikwijls een konijntje op je schouder zitten, en als men lang stond op de andere schouder ook een. Pakken kon je ze niet. In het algemeen moest men, wanneer er beesten of schaduwen meeliepen, niet stilstaan en niet bang worden, dan deden ze niets.
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Papegaaienburg   
Lein Kodde   
Der Boede   
Kees   
Kees Bosschaart   
Noordbeek   
Grijpskerke   
Lampert   
Naam Locatie in Tekst
Souburg   
Koudekerke   
Biggekerke   
West Souburg   
