Hoofdtekst
Spookdieren
De vrouwenbeweging in Steggerda heeft een paar jaar geleden het volgende meegemaakt. Ik weet niet of het de moeite waard is, het mede te delen, maar ik wil het toch even doen; de vrouwen maakten hun "zomeruitstapje" zoals ze alle jaren gewoon zijn te doen. 't Ging met de bus naar 't midden van het land. Bij de afreis was het mooi weer. De kentekenen waren er, dat het warm zou worden. En het werd warm. Op de terugreis over de Veluwe dreigde er onweer. 't Werd donker en het begon te weerkaatsen en te donderen. Steeds werd het gevaarlijker en de vrouwen zwegen en zaten in zak en as. De chauffeur gaf geen inlichtingen meer. 't Werd onheilspellend stil in de bus. Beangstigend zelfs. Zouden ze stoppen? Nee, doorrijden werd besloten. Maar stil bleef het. Totdat een het voorstel deed psalmgezangen te zingen. Gaarne werd hieraan voldaan. 't Scheen dat ieder hierop gewacht had. Stilte was verbannen, vrees scheen geweken en ieder zong uit volle borst mee, ofschoon men een enkel trillertje kon horen. Na een half uurtje was de bui overgedreven, zonder kwaad te hebben gedaan. Of het gezang het gevaar heeft doen wijken? In het krantje, dat door de vereniging wordt uitgegeven, stond, dat het geloof wel veel goeds had gedaan op dat ogenblik. (Ik deel dit even mede, om te laten zien, dat ook tegenwoordig gewoon door godsdienstige gezangen gevaar afgewend kan worden.)
De vrouwenbeweging in Steggerda heeft een paar jaar geleden het volgende meegemaakt. Ik weet niet of het de moeite waard is, het mede te delen, maar ik wil het toch even doen; de vrouwen maakten hun "zomeruitstapje" zoals ze alle jaren gewoon zijn te doen. 't Ging met de bus naar 't midden van het land. Bij de afreis was het mooi weer. De kentekenen waren er, dat het warm zou worden. En het werd warm. Op de terugreis over de Veluwe dreigde er onweer. 't Werd donker en het begon te weerkaatsen en te donderen. Steeds werd het gevaarlijker en de vrouwen zwegen en zaten in zak en as. De chauffeur gaf geen inlichtingen meer. 't Werd onheilspellend stil in de bus. Beangstigend zelfs. Zouden ze stoppen? Nee, doorrijden werd besloten. Maar stil bleef het. Totdat een het voorstel deed psalmgezangen te zingen. Gaarne werd hieraan voldaan. 't Scheen dat ieder hierop gewacht had. Stilte was verbannen, vrees scheen geweken en ieder zong uit volle borst mee, ofschoon men een enkel trillertje kon horen. Na een half uurtje was de bui overgedreven, zonder kwaad te hebben gedaan. Of het gezang het gevaar heeft doen wijken? In het krantje, dat door de vereniging wordt uitgegeven, stond, dat het geloof wel veel goeds had gedaan op dat ogenblik. (Ik deel dit even mede, om te laten zien, dat ook tegenwoordig gewoon door godsdienstige gezangen gevaar afgewend kan worden.)
Beschrijving
Een vrouwenvereniging gaat haar jaarlijkse uitstapje met de bus maken. Bij vertrek lijkt het een mooie, zonnige dag te worden, maar op de terugreis komt de bus in noodweer terecht. De vrouwen zijn allemaal zeer bang en houden van schrik hun mond. Een angstige stilte valt in de bus, totdat iemand voorstelt om psalmliederen te gaan zingen. Iedereen doet mee, en de spanning is volledig geweken.
Bron
Volkskundevragenlijst 21 (1957), formulier F.46, archief Meertens Instituut
Commentaar
1957
Naam Locatie in Tekst
Steggerda   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
