Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LYST162 - Spookdieren

Een sage (vragenlijst), 1957

Hoofdtekst

Spookdieren
Vroeger in de tijden dat er nog geen straatverlichting was, fietsen niet bestonden, in de jaren ongeveer 60 jaar terug, was men van mening, dat wanneer men bij donker op den weg, men nooit in het midden van de weg moest loopen, want anders liep men gevaar om op een moment in de kant van de weg of in de berm gesmeten te worden. Het gebeurde dan ook dikwijls, dat men gevolgd werd door een hond of een ander dier dat zoolang op gelijke afstand achter aan liep tot er een huis werd betreden, maar er werd geen kwaad gesticht, ten minste niet wanneer men niet midden op den weg liep. Het was menigmaal het geval, tenminste in de boschrijke streken, dat er een paar vurige oogen te voorschijn sprongen- oogen of lichtjes- waardoor de menschen verschrikt verder draafden. Zulks werd toegezegd aan de boze die altijd op de loer lag.

Onderwerp

SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).    SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   

Beschrijving

Vroeger zei men dat men niet in het midden van de weg moest lopen als het al donker was, want dan liep men het gevaar naar de kant van de weg of in de berm gesmeten te worden. Ook gebeurde het dat men door een hond gevolgd werd, die net zolang meeliep tot het huis was bereikt. In bosrijke gebieden gebeurde het wel dat twee vurige ogen de mensen aankeken. Die ogen waren het "Boze", dat altijd op de loer lag.

Bron

Volkskundevragenlijst 21 (1957), formulier F.13a, archief Meertens Instituut

Commentaar

1957, verhaal speelt rond 1900
Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn)

Naam Locatie in Tekst

Boze    Boze   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22