Hoofdtekst
De Koekanger A, zal door een reus gegraven zijn. Daar hij alvoor naar de grond keek, hield hij de richting niet in het oog en zo kwamen de bochten door dat hij telkens de richting regelde naar die, die hij het best kon zien. Toen hij zijn klompen met modder leeggooide, heeft hij de heuveltjes (± 3 meter hoog) gevormd, Het wegstromende water vormde een kuil, de latere meertjes (1/4 tot 2 hectare groot).
Onderwerp
SINSAG 0137 - Die Entstehung des gewundenen Laufes der Flüsse
  
Beschrijving
De bochten in de Koekanger A zijn ontstaan doordat de reus bij het graven niet heeft opgelet welke kant hij op gaat. De heuveltjes zijn ontstaan waar hij zijn klompen heeft uitgeschud, de meertjes zijn waar het water naar tie is gestroomd.
Bron
Volkskundevragenlijst 2 (1937), formulier F.73a, archief Meertens Instituut
Commentaar
1937
Die Entstehung des gewundenen Laufes der Flüsse & SINSAG 131: Die Entstehung der Hügel
Naam Overig in Tekst
Koekanger A   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
