Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LUILEK07 - Br. Luyaert, patroon van 't Luy-Leckerlandt

Een sprookje (), 17e eeuw

161.jpg

Hoofdtekst

Br. Luyaert, patroon van 't Luy-Leckerlandt
Ich ben een jonck, luy boeve[kint],
Die zijn broodt noy wint,
Dats midts dien dat ick ben besmet
Met luyatica, een vreeselijck torment,
5 Daer ick van wercken niet en hebbe en let.
Al ben ick luy, ick ben nochtans sterck en vet.

Want ick mach wel eten en drincken
Ende daerom ben ick liever in 't cabaret,
Oft elders daer men den vollen pot siet schencken,
10 Dan op mijn werck, wilt hier op dencken,
Want ick werck seker soo noy, dus roep ick om dy:
O groot Heer Luyaert, staet my by!

O Luyaert, ick en dooghe doch niet een gale,
Ick roepe tot u, wilt my ontfermen,
15 Ick slachte den knape van den rijckendale,
Al is hy luy, hy eet gheerne vette dermen,
Ick hebbe soo seer den cramy in myn armen
Ick en canse tot gheenen wercken wt ghesteecken.

Ende mijn beenen, eylacen, ochermen,
20 En willen d'werck oock niet gheneken.
Dus al en werck ick maer eens ter weken,
Ghy weet waer het my hout inghesteken.
O Patroon, ick claeghe u alle mijn ghebreecken,
Boven alle dinghen prijse ick den vollen beker.

25 Ende en zijt doch dezen armen luyaert gheenen vreker,
Als ick om wercken dencke, mijnen moet verflout,
Want als ick daer aen come, 't is my een quelte,
Wat tijdt dat is, 't is my te heet oft te cout,
Ick sweet dat ick het werck sien, ja dat ick smelte,
30 Ick drincke veel liever, het licht hem wel de kelte.

D'welck alle comt van luyatica, na mijn beraen,
Nochtans eet ick voor noen wel een ghelte,
Ende oock een schenck van eenen Capoen,
Dus en can ick my tot wercken niet ghespoen
35 Dat doet luyatica, maeckt my dat vry,
O groot Heer Luyaert, staet my by!

Prince

Luy, lecker en onghestadich is al mijn leven,
Wat sal icker toe doen, ick hebt van natueren,
Believet Br. Luyaert, hy cant my vergheven.
40 Oft dat hy my ghenese, hy en dede noyt beter cure,
Ghy weet wel dat ick ben soo goeden drincken-brure
Tot alle kermissen ben ick gheerne eenen,
Soude ick niet, ick doent om dat 't bier niet soude sueren.
'T is beter een oudt dronckaert dan gheenen!
45 Wie en soude alsulcke Leckerlandt verlaten,
Het is over al eten en drincken gaer,
Ten soude my niet verdrieten, al waer ic daer hondert Jaer.
Hier is den cost al ghereedt,
Ginder comt den wijn wt fonteynen ghespronghen,
50 Ghelijck hier naer in de Figure sal worden bevonden.

Onderwerp

AT 1930 - Schlaraffenland    AT 1930 - Schlaraffenland   

ATU 1930 - Schlaraffenland.    ATU 1930 - Schlaraffenland.   

Beschrijving

Monoloog van een jong en lui boevenkind, die zijn schutspatroon Broeder Luiaard aanroept. Hij meent dat hij niet kan werken, want hij lijdt aan de luiheidsziekte, 'luyatica'. Wel kan hij goed eten, drinken en feesten. Het liefst blijft hij in Luilekkerland.

Bron

W.L. Braekman. Zelfportret van een bewoner en de "Figuere" van het Luilekkerland (17de eeuw). in: Volkskunde 94 (1993) 3, p. 88-289. Oorspr. druk: Stadsbibliotheek te Antwerpen: Sign. C 101780 (1).

Commentaar

Bevat Br. Luyaert, patroon van 't Luy-Leckerlandt, De Figuere van het Luy-lecker Landt.

Naam Overig in Tekst

Broeder Luyaert    Broeder Luyaert   

Broeder Luiaard    Broeder Luiaard   

Naam Locatie in Tekst

Luy-Leckerlandt    Luy-Leckerlandt   

Luilekkerland    Luilekkerland   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20