Hoofdtekst
I. De duivel
1.
Zijn U verhalen bekend over mensen, die de duivel gezien hebben of omgang met hem hebben gehad (met hem gedanst hebben, met hem kaart hebben gespeeld), of kent U andere verhalen, waarin de duivel een rol speelt?
Gelieve elk verhaal te noteren op een afzonderlijk blad papier en in elk verhaal duidelijk aan te duiden hoe de duivel voorgesteld wordt (met bokshorens, bokspoten, paardenhoeven, sik, staat enz.).
Het was in Mei. Mijn grootvader - thans bijna 70 jaar - wilde met zijn vriend naar de zang van de nachtegaal gaan luisteren. Tegen schemer trokken de beide jongens, van omstreeks 15 à 16 jaar, naar de plaats, waar zij een nachtegaal wisten.
Onderweg ging het er nogal vrolijk en vooral ruw aan toe. Nauwelijks waren zij op de plaats aangekomen en hadden zij zich in het gras neergevlijd, of zij zagen iets vreemds aankomen. Het leek iets op een koe en het had twee vurige ogen, die zo groot waren als een vuist. Het wonderlijke beest kwam recht op de twee af; zij hadden de moed niet om te blijven zitten, maar gingen er, zo hard zij maar konden, vandoor.
Na enige tijd rennen keken zij achterom en zagen zij tot hun grote blijdschap niets meer. Hijgend en nog bevend van angst lieten de twee vrienden zich in het gras achter een tabaksschuur neervallen. "Wat zou dat geweest zijn", vroegen zij zich af. Zij vonden geen andere oplossing, dan dat het de duivel moest zijn geweest.
De volgende dag werd deze veronderstelling versterkt, want toen zij samen gingen kijken, of zij sporen in het mulle land konden vinden, zagen zij niets, en als het een gewone koe geweest was, hadden er zeker sporen moeten staan.
1.
Zijn U verhalen bekend over mensen, die de duivel gezien hebben of omgang met hem hebben gehad (met hem gedanst hebben, met hem kaart hebben gespeeld), of kent U andere verhalen, waarin de duivel een rol speelt?
Gelieve elk verhaal te noteren op een afzonderlijk blad papier en in elk verhaal duidelijk aan te duiden hoe de duivel voorgesteld wordt (met bokshorens, bokspoten, paardenhoeven, sik, staat enz.).
Het was in Mei. Mijn grootvader - thans bijna 70 jaar - wilde met zijn vriend naar de zang van de nachtegaal gaan luisteren. Tegen schemer trokken de beide jongens, van omstreeks 15 à 16 jaar, naar de plaats, waar zij een nachtegaal wisten.
Onderweg ging het er nogal vrolijk en vooral ruw aan toe. Nauwelijks waren zij op de plaats aangekomen en hadden zij zich in het gras neergevlijd, of zij zagen iets vreemds aankomen. Het leek iets op een koe en het had twee vurige ogen, die zo groot waren als een vuist. Het wonderlijke beest kwam recht op de twee af; zij hadden de moed niet om te blijven zitten, maar gingen er, zo hard zij maar konden, vandoor.
Na enige tijd rennen keken zij achterom en zagen zij tot hun grote blijdschap niets meer. Hijgend en nog bevend van angst lieten de twee vrienden zich in het gras achter een tabaksschuur neervallen. "Wat zou dat geweest zijn", vroegen zij zich af. Zij vonden geen andere oplossing, dan dat het de duivel moest zijn geweest.
De volgende dag werd deze veronderstelling versterkt, want toen zij samen gingen kijken, of zij sporen in het mulle land konden vinden, zagen zij niets, en als het een gewone koe geweest was, hadden er zeker sporen moeten staan.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Jongens menen dat het een op een koe lijkend dier met vurige ogen dat ze 's avonds tegenkomen de duivel moet zijn, daarbij zijn de volgende dag geen sporen te vinden.
Bron
Volkskundevragenlijst 18 (1954) formulier F189p (Archief Meertens Instituut)
Motief
G303.3.3 - The devil in animal form.   
G303.4.1.2.2 - Devil with glowing eyes.   
Plaats van Handelen
Amerongen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
