Hoofdtekst
Mi: Wat vind u daar nou van, zoals op dit moment, bijvoorbeeld in sprookjesboeken - maar ook in folkloremateriaal - komt meestal (nou ja in folkloremateriaal misschien�niet) een ander beeld naar voren van elfjes en kabouters enzo dan ik eigenlijk hoor van mensen van nu. Dus ... Hoe leg je dat nu uit ... Wat vindt u daar nou van?
Me: Omdat degenen die de sprookjes vertellen, omdat het ze toch aanspreekt, daar iets van hun eigen beperkte begrip bij doen, ze maken het menselijker. Ze leggen er iets in wat zij gedacht zouden hebben, ofzo.
Mi: Ze willen wel, maar het gaat via hun, echt?
Me: Ja, ze zijn toch te bedekt met menselijke beperkingen die ze niet kwijt willen. Want dan denken ze, 'waar blijf ik dan'.
Me: Omdat degenen die de sprookjes vertellen, omdat het ze toch aanspreekt, daar iets van hun eigen beperkte begrip bij doen, ze maken het menselijker. Ze leggen er iets in wat zij gedacht zouden hebben, ofzo.
Mi: Ze willen wel, maar het gaat via hun, echt?
Me: Ja, ze zijn toch te bedekt met menselijke beperkingen die ze niet kwijt willen. Want dan denken ze, 'waar blijf ik dan'.
Beschrijving
Mensen die sprookjes vertellen, weten vaak niet goed waar ze het over hebben. Het beeld dat ze geven van elfen en kabouters is hun eigen interpretatie.
Bron
interview Bussum, 17-04-1997
Commentaar
17 april 1997
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
