Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0232_0232_21230

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

’t Wos dor e kopman, e koeimarchand en je wilde in die herberge niet gon en je wilde dor niet kaarten. Mor t’langen latsten kaarten olgelijk. Die kopman ging voort en dien hoend ging mee. De Busschaerts vielen de kopman an. En ’t vocht een tegen den hoend en een tegen de kopman en ze riepen olle twee achter hulpe. Die andre kosten dat niet hoeden en ze zijn bluven liggen. En die kopman ging were nor huus en je kwam were één tegen van Bakelandts bende en den deen vroeg: "Worom gaaj zo trage?" "’k Zijn vermoeid gevochten", zeiten. Enne zei tegen die kerel: "Meuk e bitje up je schoere rusten?" Enne mochte. J’etten dor e klop gegeven en Bakelandt zei: "Bravo, voor zukke paascheiers" (voor zulk rake slagen). Enne vroeg: "Ejden gedodigd?" "Nink", zeiten. "Je mosten gedodigd èn", zeiten, "me gon hier moeten toezetten."

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Een koeienhandelaar had zich laten overhalen om in een herberg te gaan kaarten. Toen de handelaar samen met zijn hond naar huis vertrok, werd hij onderweg aangevallen door rovers.De hond verdedigde zijn baas, zodat de twee rovers de handelaar moesten laten gaan. Wat verderop kwam de handelaar een andere rover van de bende van Bakelandt tegen, die hem vroeg: "Waarom ga je zo langzaam?" Daarop antwoordde de handelaar: "Ik ben moe door het vechten. Mag ik wat op je schouder rusten?" Daarna kreeg de man een oorveeg van de rover.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
127B
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Busschaert
Bakelandt

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Merkem    Merkem