Hoofdtekst
I En van de "schoferik’, of zoiets?15 ‘Sjóófet’.17 Een ‘sjóófet’? oh, een ‘sjóófet’!I Wat was dat? Of wat zeiden ze ervan?17 Ja, wat zeiden ze over een ‘sjóófet’? Dat is allemaal zoveel jaren geleden, niks meer van gehoord. Daar werd toch van ‘gekald’ . [tegen anderen] Van een ‘sjóófet’.15 Was dat geen licht wat ze zagen?17 Dat meen ik ook, dat het zoiets was.15 Ik geloof dat dat meer licht was, wat ze dan van ver zagen.17 Een ‘sjóófet’, jaja.15 En daar hadden ze dan bang voor, dat vermijdden ze, ’s nachts.17 Een ‘sjóófet’, d’r is dikwijls genoeg van ‘gekald’ geweest, maar… dat is al zoveel jaren geleden… [tegen bezoekster] Maria, weet jij iets van een ‘sjóófet’ nog?Z Een ‘sjóófet’. Is dat niet van dat ding wat ze in de stoof staken als dat dinge was, als het ging onweren?15 Nee, dat was meer een vrijwis of een dinge of een - hoe ga ik zeggen?…Y Van dat kruid.15 Van dat kruid, van de vijftiende augustus zo: een kruidwis.17 ‘Sjóófet’?Y Ik heb dat nochtans ook al horen zeggen, een ‘sjóófet’.17 …(= onverstaanbaar)15 Ja, voor het onweer af te weren, hé. Z Voor het onweer af te weren?15 Af te weren, ja. maar daar was een ‘sjóófet’ dat was; zoals ik vernomen had - enfin, in Val - dat was dan iets dat zag je dan van ver, een soort licht.17 Ah, ja.15 Dat licht dat herging (= bewoog). Maar zoals dat vroeger meer was, was hier een soort moerassen en daar kwamen gassen in. En die gassen maakten dan een soort figuur dan, als daar de maan in scheen en zo.17 Ah zo, ja.15 En dan zagen de ‘läöi’, uit angst zagen ze dan dat aan voor iets mysterieus en het was eigenlijk niks.17 [lacht] ‘Dèks genoeg ‘gekald’ van een ‘sjóófet’ vroeger.15 Ja, nu moeten de "läöi’ alles kunnen uitleggen. Vroeger ja, ze zaten ‘met een ‘ (= samen) rond het haardvuur en de ene was nog banger dan de andere.17 Oh, ja! [lacht]15 En zoveel te banger ze waren, zoveel te meer hadden ze gezien, hé. [gelach]17 En de ene maakte de andere bang [gelach].18 Een kaars in de dinge, een kaars, dat maakte dan licht, hé, en dat was de ‘sjóófet’.Y Juist! Dat is juist, zo was het.17 Dat was de ‘sjóófet’/Y "Het is juist een ‘sjóófet’," zeggen ze soms tegen een vlammetje wat mindert te branden. "Het is juist een ‘sjóófet’."15 Jaja, dat was een lichtje wat ze van ver zagen, dat was dan een klein lichtje wat dan heel zwak nog brandde.Y Een ‘sjóófet’, juist.18 …(= onverstaanbaar) een ‘króót’ (= biet) en daar zetten ze een kaars in, en dat was de ‘sjóófet’/17 Vroeger was dat zo, gingen ze…18 En dat glinsterde dan in het donker… (= onverstaanbaar)
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
In Val zagen de mensen soms in de verte een licht bewegen. Dergelijke lichtverschijnselen werden veroorzaakt door gassen die opstegen uit de moerassen en reflecteerden in het maanlicht. De mensen geloofden dat dat een sjoofet was.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
17N 327
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Val   
