Hoofdtekst
Onzen oudsten ging slapen en van als hij sliep begon hij te kneuten (morren) als een geit die lammerde. “Djiezesmaria” hij zweet er af van liggen te kneuten” zei vader en hij gaf hem ne patat, maar ’t en hielp niet. Een tijdje daarachter kwam den onderpaster bij ons binnen en we vertelden hem het geval. “Waarom hebt ge mij niet vroeger geroepen”, zei hij, “voor mij is dat een “witsele” (weten) voor ulder een “rotsele” (raadsel). Hij moest dan wijwater hebben en hij besproeide onze Gust en van dan af werd hij niet meer van de mare bereden.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een kleine jongen lag in zijn bed altijd te zweten en te morren. Zijn vader gaf hem een stomp, maar dat hielp niet. Toen de ouders het probleem aan de onderpastoor vertelden, wist die onmiddellijk wat er aan de hand was. Hij besprenkelde het kind met wijwater. Daarna werd de jongen niet meer door de mare bereden.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
92
Zoon van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
