Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0066_0066_30071

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Onzen oudsten ging slapen en van als hij sliep begon hij te kneuten (morren) als een geit die lammerde. “Djiezesmaria” hij zweet er af van liggen te kneuten” zei vader en hij gaf hem ne patat, maar ’t en hielp niet. Een tijdje daarachter kwam den onderpaster bij ons binnen en we vertelden hem het geval. “Waarom hebt ge mij niet vroeger geroepen”, zei hij, “voor mij is dat een “witsele” (weten) voor ulder een “rotsele” (raadsel). Hij moest dan wijwater hebben en hij besproeide onze Gust en van dan af werd hij niet meer van de mare bereden.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

Beschrijving

Een kleine jongen lag in zijn bed altijd te zweten en te morren. Zijn vader gaf hem een stomp, maar dat hielp niet. Toen de ouders het probleem aan de onderpastoor vertelden, wist die onmiddellijk wat er aan de hand was. Hij besprenkelde het kind met wijwater. Daarna werd de jongen niet meer door de mare bereden.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
92
Zoon van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zegelsem    Zegelsem