Hoofdtekst
In de weiden werden de paarden en koeien zo afgereden dat de beesten mager werden. Ze gingen 's nachts met een paar zien – die van hiernaast was er ook bij – en het waren spoken en ze zegden: "Zijt ge van God, spreekt, en zijt ge van den duivel, vertrekt." En nu konden ze niet meer weg en de mannen moesten hen verlossen met te bidden. Ze bonden een zijden foulard aan de afsluiting en ze zegden dat ze hem maar moesten komen halen; maar ze durfden er niet omgaan, want toen ze op ne keer gingen kijken hing hij bedorven.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
In de weiden werden de paarden en koeien 's nachts altijd bereden, waardoor ze graatmager werden. Op een nacht hielden enkele mensen de wacht in de weide en zeiden: "Ben je van God, spreek dan. Ben je van de duivel, vertrek dan". Daarna konden de boosdoeners niet meer weg. Ze konden verlost worden door gebeden. Ze (wie?) bonden een zijden sjaal aan het hek en zeiden dat ze (?) hem maar moesten komen halen, maar dat durfden ze niet.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (rupelstreek en omgeving)
200
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruisbroek   
