Hoofdtekst
5 Wat ze dan ook nog soms deden: een groot wit laken nemen, twee ogen maken en dat was ook een spook. Dat was het wit spook. En als kinderen hadt ge daar een ‘bijzondere’ (= enorme) schrik van.I En wie deed dat dan? De ouders?5 En dan kreeg ge daar nachtmerries over. De ouders zelf niet. Hoe kwam dat? Daar herinner ik me toch nog iets van. Of waar werd het gedaan? Of werd dat in het algmeen gedaan, zo ergens…? Ja, dat weet ik toch heel goed. Of dat dat laken dan afviel en dan was het ook een dier. Zoiets. Dan was het een hond of dan was het ook zo ergens iets. Daar weet ik zo allemaal hier en daar nog ergens iets van.I En werd dat verteld?5 Nee, dat werd verteld. En dan kregen de kinderen nachtmerries en dan werd ervan gedroomd. I Dus als ze dat ’s avonds laat vertelden kreeg ge daar nachtmerries van?5 Ja. Ze zaten rond de haard, ja, daar werd van alles verteld. De mensen hadden geen televisie, geen radio, niks, hé. Mijn overnonkel (= † Jan Jans) die is in de tachtig jaar (geworden). Die wist nochtans ook veel. Maar ja, die is al lang dood en wij waren maar kinderen.
Beschrijving
Sommige mensen verkleedden zich met een groot wit laken als spook.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
5N 169
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
