Hoofdtekst
Het heeft nog gebeurd, ja er waren toen nog mensen, kabaniers (mensen die wonen in een "kabane” = hut uit latten en wissen gevlochten), die rond gingen met een wagen alzo, bedelaars allez. Ze voyagieren met paard en voiture en vragen en schooien. Ze maken mandekes, ze doen alle stieltjes! Nu, ze gaan daar bij een vrouwmens: "Madame, tu n’as pas de pain pour moi”? vroeg hij. "Marche, tu m’amerdes”! zei ze. "Eh bien, Madame, tu vas manger de la merde”! zei hij en je ging voort. Ja maar, non de dju, ’s andrendaags ’s nuchtens, er lagen toe nog overal drekken, er bestonden geen vertrekken, en ze ging naar heur werk. Dat wijf ging langs de route en ze at al de verse stronten op. Ze zag dat ze dood moest daarvan. Ze ging alleszins niet leven tot dat het avond was. ’t Was rap een die zijn paard pakte om de pastoor te halen. "Maar, maar, maar”, zei de pastoor, je pakte rechtuit zijn boek en lezen was lezen. Je moest haar naam weten. Ze zat aan de dijkkant, ze kon niet meer thuis geraken. "Staat op en gaat naar huis”, zei de pastoor. Ze stond op en smeet alles uit en ze ging naar huis. "Dat nooit meer zeggen”, zei hij. Dat is gebeurd in het bos van Epineux.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een vrouw uit het bos van Epineux die bezoek kreeg van een zigeuner die om brood kwam bedelen, sprak tot de schooier: "Marche, tu m'emmerdes!" Daarop antwoordde de zigeuner: "Tu vas manger de la merde!" Toen de vrouw de volgende ochtend naar haar werk ging, at ze alle mest op die langs de kant van de weg lag. Iemand die dat had gezien, ging snel de pastoor halen. De geestelijke begon te bidden en sprak vervolgens tot de vrouw: "Sta op en ga naar huis. Je mag nooit meer zeggen wat jij hebt gezegd!" De vrouw stond op, gaf over en ging naar huis.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
46
fabulaat
Naam Overig in Tekst
bos van Epineux   
Epineux (bos van)   
Naam Locatie in Tekst
Vlamertinge   
Plaats van Handelen
bos van Epineux   
