Hoofdtekst
Beschrijving
In een herberg zaten drie beschonken mannen die tegen elkaar aan het opscheppen waren. Om hun moed te bewijzen trokken de mannen naar het kerkhof om er een doodshoofd te halen. Toen de mannen een doodshoofd hadden opgegraven, hoorden ze een stem die sprak: "Halt, afblijven! Deze is van mij". De mannen bekeken elkaar lachend en meenden dat ze teveel hadden gedronken. Daarop namen de mannen voor de tweede keer een doodshoofd, waarop er weer een stem sprak: "Afblijven, deze is van mij!" De mannen waren op slag nuchter en maakten dat ze wegkwamen.
Bron
J. Van Hout, Leuven, 1962
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (geel, gierle, kasterlee, lichtaart,...)
218
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geel   
